Nieuws

Het instituut voor voedselveiligheid Rikilt en Plant Research International (PRI) van Wageningen UR hebben samen een model ontwikkeld om de besmetting van tarwe met deoxynivalenol (DON) betrouwbaar te kunnen voorspellen. DON is een mycotoxine dat een risico voor de volksgezondheid op kan leveren. Het wordt aangemaakt door fusariumschimmels tijdens de groei van het gewas.

De Rikilt en PRI-onderzoekers hebben een groot aantal mogelijke factoren voor een hoog DON-gehalte in tarwe in kaart gebracht. Daarbij gaat het onder meer om de temperatuur, de luchtvochtigheid en hoeveelheid neerslag in verschillende stadia van de teelt. Daarnaast werd gekeken naar het ras, schimmelresistentie, het bloeimoment en verschillende managementvariabelen zoals bemesting en gewasbescherming.

Tussen 2001 en 2007 werden gegevens verzameld van 264 percelen verspreid over Nederland. Via een analyse werd uitgezocht welke factoren daadwerkelijk invloed hadden op het DON-besmettingsniveau in het geoogste product. Het blijkt dat met name de weersomstandigheden rond de bloei van de tarwe van grote invloed is. Ook het resistentiecijfer van het getaalde ras en de gewasbeschermingsmaatregelen die worden getroffen zijn van betekenis. Daarnaast blijken er verschillen binnen Nederland los van de weersomstandigheden.

Testen hebben uitgewezen dat het model in 93% van de gevallen juist voorspelt of het DON-gehalte boven of onder de norm van van 1250 ppb uitkomt. De onderzoekers willen het model in de toekomst ook naar andere gewassen en andere mycotoxinen uitbreiden. Ook is het wellicht mogelijk om het model aan te passen voor andere landen.

Meer informatie?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.