Nieuws

Het invoeren van sojabonen in de Europese Unie wordt moeilijker door de lange duur van het goedkeuringsproces voor genetisch gemodificeerde organismen (ggo's). Als Europa langer dan een jaar achterloopt op toelating van nieuwe ggo's in de VS, ontstaat er mogelijk een probleem met de aanvoer van grondstoffen voor de veehouderij. Wanneer Brazilië en de EU hetzelfde tempo van goedkeuring hanteren, worden er geen problemen met het aanbod verwacht. Dat stelt LEI Wageningen UR in een rapport voor Nevedi, dat vandaag door Nevedi directeur Henk Flipsen is aangeboden aan minister Verburg van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Uit de analyse blijkt dat de duur van het EU-goedkeuringsproces voor nieuwe gg-rassen een zeer grote invloed heeft op de beschikbaarheid en de prijs van door de EU goedgekeurde gg-soja en niet-gg-soja. In ieder geval groter dan tolerantiedrempels tussen de 0,0 en de 0,9%.

Gemodificeerde soja is logistiek moeilijk te scheiden van andere soja. Zowel op de velden, als in de verzamelpunten, als in de havens kan vermenging optreden en wanneer er maar één gram vervuiling in een partij zit, wordt deze in Europa al afgekeurd en vernietigd, wat enorme kosten met zich meebrengt. Door voor de nog niet-toegestane gg-sojarassen een andere tolerantiedrempel te hanteren, kunnen een daling van de invoer en eventuele problemen die daaruit voortvloeien worden voorkomen. Henk Flipsen: "We zijn blij met dit onderzoek omdat meerdere partijen in de voedselketen al langer wijzen op de grote sociale en economische risico's die aan het huidige EU-beleid kleven. Dit rapport bevestigt die zorg en biedt een solide onderbouwing van een discussie die Europees moet worden gevoerd".

De teelt van genetisch gemodificeerde soja heeft vanaf 1996 een snelle groei doorgemaakt. In Argentinië en in de VS is het aandeel al meer dan 90%. De eerste generatie van gemodificeerde soja is ook in de EU toegelaten. De vraag is nu hoe de EU zich op moet stellen als één van de in aantocht zijnde nieuwe variëteiten in de VS wordt goedgekeurd.

Bij een vertraging in de toelating van twee jaar of meer zal de sojaprijs dusdanig stijgen dat de productiekosten van de veehouderij in Europa met een veelvoud toenemen, voor alle drempels tot 0,9%. De productiekosten op bedrijfsniveau nemen dan toe met een factor 8 voor vee, met een factor 10 voor zeugen, met een factor 14 voor vleesvarkens en met een factor 18 voor leghennen en kuikens. Dan zal er met de huidige samenstelling van het veevoer en de huidige marktomstandigheden in de EU geen vraag meer zijn naar soja als grondstof voor diervoeder, waardoor de veeteelt in de EU te maken krijgt met een aanzienlijk zwakkere concurrentiepositie.

Er vindt dan een verschuiving plaats van vleesproductie naar andere werelddelen. Dierlijke producten van dieren die met gg soja gevoed zijn, wordt namelijk wel zonder belemmeringen toegelaten in de EU.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.