Nieuws

Regelmatig vervuiling van ma

Driekwart van de maïsmonsters die zijn genomen bij op- en overslag bevatten sporen van soja. Minister Verburg van LNV wil nu de mogelijkheden inventariseren om nieuwe analysemethodes te ontwikkelen, waarmee het gehalte aan botanische verontreinigingen voldoende nauwkeurig kan worden bepaald.

Botanische verontreiniging

De VWA heeft onderzocht of er sprake is van botanische verontreiniging met ggo's in diervoeders en waar in de keten die verontreiniging optreedt. Daarbij heeft de VWA zich met name gericht op de verontreiniging met (ggo)-soja in maïsproducten, omdat deze verontreiniging het meest voorkomt. Het blijkt dat verontreiniging van partijen maïs met soja vroeg in de keten plaatsvindt. Driekwart van de maïsmonsters die genomen zijn bij op- en overslag bevatten sporen van soja. Dit betekent dat deze verontreinigingen vermoedelijk zijn opgetreden voor de aankomst in Nederland. In 35 procent van deze monsters was het ggo-soja-aandeel in de sojafractie hoger dan 0,9 procent.

Drempelwaarde

In EU verband zijn er regels voor ggo-etikettering van diervoeders en levensmiddelen opgesteld. Er is geen etikettering vereist als het ggo-gehalte lager is dan 0,9 procent én de aanwezigheid van het ggo onvoorzien of technisch onvermijdbaar is. Tot voor kort was het niet duidelijk hoe de etiketteringregels moesten worden geïnterpreteerd in het geval dat de maïsgrondstof is verontreinigd met sporen van ggo-soja. In november 2009 heeft de Europese Commissie gesteld dat bij de bepaling of het ggo-gehalte in de maïsgrondstof de drempelwaarde overschrijdt, de aanwezigheid van het ggo in de sojafractie moet worden gerelateerd aan de totale maïsgrondstof. Dit betekent dat de maïsgrondstof niet als ggo-geëtiketteerd hoeft te worden als het totale ggo-gehalte in de grondstof lager is dan 0,9 procent, ook al is het ggo-gehalte in de sojafractie hoger dan 0,9 procent.

Analyse

Uit de VWA-rapportage komen geen directe aanwijzingen naar voren dat de ggo-gehaltes in de maïsmonsters, die vermengd zijn met sporen van soja, hoger zijn dan 0,9 procent. Dit betekent dat de maïsgrondstof waaruit de monsters zijn genomen, niet als ggo-geëtiketteerd hoeven te worden. Om hier absolute zekerheid over te krijgen, moet het gehalte aan soja in de maïs gekwantificeerd worden, zodat het exacte ggo-(soja)-gehalte in de maïs wordt bepaald. Dat is met de huidige analysemethodes niet mogelijk. Alle toezichthouders in Europa hebben hiermee te maken. Minister Verburg wil de Europese Commissie vragen om de mogelijkheden te inventariseren om in EU-verband nieuwe analysemethodes te ontwikkelen, waarmee het gehalte aan botanische verontreinigingen wel voldoende nauwkeurig kan worden bepaald.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.