Nieuws
tarwe

Het ontwikkelen van tarwerassen met resistentie tegen bladvlekkenziekte is door recent onderzoek in Wageningen Universiteit dichterbij dan ooit. Dat blijkt uit het onderzoek waarop de Tunesische Sarrah Ben M’Barek-Ben Romdhane op 17 oktober promoveerde aan Wageningen Universiteit. Ben Romdhane bracht samen met collega’s het hele DNA in kaart van de veroorzaker van de bladvlekkenziekte, de schimmel Mycosphaerella graminicola. Ze liet zien dat de schimmel bij de sexuele voortplanting hele chromosomen kan kwijtraken zonder dat dat schade doet aan de schimmel.

Aanvallen

Ben Romdhane ontdekte daarnaast dat de schimmel op verschillende manieren tarweplanten aan kan vallen. Deze zaken maken duidelijk waarom het tot nu toe zo lastig is om resistente tarwerassen te ontwikkelen. De nieuwe kennis biedt aanknopingspunten om die rassen nu wél te ontwikkelen en zo de voedselproductie zekerder en duurzamer te maken.

Geen resistente rassen

Tarwe wordt wereldwijd aangevallen door de schimmel Mycosphaerella graminicola, de veroorzaker van bladvlekkenziekte. Er zijn geen bruikbare tarwerassen die resistent zijn tegen de schimmel. Daarom moet de schimmel chemisch bestreden worden en zorgt de schimmel nog steeds voor vermindering van de opbrengst. Daar zou verandering in kunnen komen door meer kennis over de genetica van de ziekteverwekker en beter inzicht in de interactie tussen de ziekteverwekker en de plant.

Genoom in kaart

Sarrah Ben Romdhane was gedurende haar onderzoek onder andere een van de auteurs van de publicatie van het volledige genoom van de Mycosphaerella-schimmel. Bij dat onderzoek werd duidelijk dat de schimmel al succesvol kan overleven en zichzelf verspreiden met een ‘basis-set’ van slechts 13 van de in totaal 21 chromosomen. Bij de geslachtelijke vermeerdering van de schimmel, kan hij dus ongestraft een aantal chromosomen kwijt raken of van één van de ouders opnemen zonder dat het effect heeft op de schadelijkheid van de schimmel. Dat maakt de Mycosphaerella-schimmel genetisch heel flexibel, waardoor het lastig is om daar met plantenveredeling op in te spelen.

Slecht herkend

Ben Romdhane onderzocht ook op welke wijze de schimmel de plant succesvol kan belagen. In de plantenziektenkunde zijn daarvoor twee basissystemen bekend. In het ene systeem kan de schimmel ongemerkt binnenkomen doordat de plant hem niet als bedreiging herkent. In het andere systeem wordt de plant ziek als de schimmel in staat is om een toxine te maken waar de plant niet tegen kan. De Mycosphaerella-schimmel gebruikt beide systemen. Bij beide systemen moet plantenveredelaars op een andere manier resistente rassen ontwikkelen.

Aanknopingspunten

In het geval van slechte herkenning moeten veredelaars op zoek gaan naar tarwe-types, bijvoorbeeld wilde tarwe-soorten, die in staat zijn om de schimmel wel als een binnendringer te zien door de herkenning van een effector, een bepaald eiwit. Via kruisen kunnen dan rassen ontwikkeld worden die de effector herkennen. Maar die rassen zijn niet resistent tegen de schimmel-types die die effector niet maken. In het tweede geval moeten de plantenveredelaars op zoek naar tarwe-types die ongevoelig zijn voor het toxine van de schimmel. Die types kunnen ze dan gebruiken voor de ontwikkeling van resistente tarwerassen. Die tarwerassen zullen dan resistent zijn tegen de schimmeltypes die het toxine maken én de types die het toxine niet kunnen maken.

bron: Wageningen Universiteit

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

“Actuele reportages helpen mij bij het zoeken naar nieuwe kansen in de markt.”

Haal ook meer uit uw abonnement!

Ontdek net als Juul Jenneskens de voor abonnees gratis dossiers in de webshop van De Molenaar.

“Dankzij De Molenaar weet ik precies wat er in de branche speelt. En wat handig dat dat altijd en overal digitaal kan.”

Haal ook meer uit uw abonnement!

Ontdek net als Niels Claassen het gemak van het online archief van De Molenaar. Gratis en exclusief voor abonnees.