Nieuws

Volgens Wageningen UR zijn de mineralenoverschotten op de Koeien & Kansen-bedrijven het afgelopen jaar gedaald. “Het fosfaatoverschot is gedaald tot gemiddeld -17 kilogram per hectare, met een grote variatie tussen de bedrijven”, stelt Wageningen UR.

Topjaar voor hoge gewasopbrengsten

Volgens Wageningen UR zal het jaar 2014 waarschijnlijk de boeken in gaan als een topjaar voor het realiseren van hoge gewasopbrengsten. “Zowel de temperatuur als de gemiddelde regenval over heel Nederland waren uitermate geschikt om veel ruwvoer te oogsten en dus een hoge onttrekking van stikstof en fosfaat uit de bodem”, stelt Wageningen UR. Volgens Wageningen UR heeft dit dan ook geleid tot lagere mineralenoverschotten op de Koeien & Kansen bedrijven in 2014, vergeleken met de jaren daarvoor. Vooral het fosfaatoverschot is in 2014 fors gedaald (gemiddeld naar -17 kg/ha).  Wageningen UR heeft onderzocht hoe dit op individuele bedrijven zit. “We zien een grote spreiding tussen de overschotten op de bedrijven”, stelt Wageningen UR. “Het stikstofoverschot varieert tussen 94 en 350 kg/ha en het fosfaatoverschot tussen -86 en 14 kg/ha. Bij stikstof zijn de 2 bedrijven met het hoogste overschot bedrijven op veengrond”, aldus Wageningen UR. Op deze bedrijven wordt volgens Wageningen UR een extra aanvoerpost van veenmineralisatie op de balans meegerekend (235 kg per ha). Op maar liefst 12 van de 16 Koeien & Kansen-bedrijven was het fosfaatoverschot negatief. Op 2 bedrijven bedroeg het fosfaatoverschot zelfs extreem negatief (< -60 kg/ha).

Verklaringen

Wageningen UR heeft meerdere verklaringen voor de verschillen tussen bedrijven. “Gemiddeld mag dan het weer in 2014 ideaal zijn geweest voor een hoge gewasopbrengst, maar lokaal/regionaal was dat niet altijd het geval. Met als gevolg dat op de bedrijven met tijdelijke droogte geen topopbrengsten werden gerealiseerd. Het weer, en daaraan gekoppeld gewasopbrengsten, is maar één van de factoren die de verschillen in mineralenoverschotten tussen bedrijven verklaren”, stelt Wageningen UR. Volgens Wageningen UR zijn er nog veel meer factoren, waaronder het management van bemesting en van de voeding. Met andere woorden: maatwerk per bedrijf kan zorgen voor hoge opbrengsten en lage overschotten.

Globale trend

“Wat wel overblijft is de globale trend dat het fosfaatoverschot in 2014 op veel bedrijven beneden nul is gekomen. Dus eigenlijk ‘onderuit’ is gegaan”, stelt Wageningen UR. Volgens Wageningen UR betekent dit dat er meer fosfaat met het gewas van het land is gehaald, dan er met meststoffen op is gekomen. Dus ook nu geen evenwichtsbemesting. Ook op niet Koeien & Kansen-bedrijven zal dat ook aan de hand zijn geweest. “Het is natuurlijk mooi dat we in een jaar als 2014 veel van het land halen, maar met meerdere van die jaren achter elkaar zal dat op de lange termijn toch invloed hebben op de fosfaattoestand van de bodem”, stelt Wageningen UR. De verwachting is dat met een paar van die ‘goede’ jaren de fosfaattoestand wel op peil kan blijven. Wel met de kanttekening dat de beschikbare fosfaatmeststoffen (dierlijke mest) zorgvuldig en met beleid worden verdeeld over de gewassen en percelen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Lezersonderzoek

 

Voorziet De Molenaar voldoende in uw informatiebehoefte?

Zetten we de juiste mediakanalen in om u te bereiken?

Geef uw mening en maak kans op een dashcam.