Nieuws

Fors minder meldingen over verhoogde waardes van DON en ZEA en juist meer meldingen over aflatoxine B1 in mais(bij)producten. Dat is de voornaamste trend in de meldingen die SecureFeed kreeg over situaties met (mogelijk) verhoogd risico in de periode september t/m december 2015. Het volgt op de overgang van verwerking van mais van oogst 2014 naar oogst 2015 bij deelnemers van SecureFeed. De nieuwe mais is van aanmerkelijk betere kwaliteit wat betreft mycotoxinen. Verplichte intensieve monitoring op aflatoxine B1 bij de nieuwe oogst leidde tot meer meldingen van deze schimmeltoxine.

Minder meldingen

In de laatste vier maanden van 2015 kreeg SecureFeed in totaal 223 meldingen. In de periode mei t/m augustus lag het aantal op 443. SecureFeed deelt meldingen in naar (mogelijke) impact op de diervoeder- en voedselveiligheid. Bij een ‘Signaal’ kan het betrokken individuele bedrijf met eigen (extra) maatregelen gevolgen van het probleem beheersen. Een ‘Alert’ vereist bij meer diervoederbedrijven extra waakzaamheid en soms aanvullende maatregelen. Bij ‘Geweigerde vrachten’ is de (handels)kwaliteit het probleem, niet de veiligheid. Een ‘Calamiteit’ heeft de meeste impact, en treft ook andere ketenschakels. In de periode september t/m december viel geen enkele melding in die laatste categorie; niet één keer was de diervoeder- of voedselveiligheid in het geding.

Signalen

In genoemde periode ontving SecureFeed 157 meldingen in de categorie Signaal. Het betrof onder meer meldingen over te hoge waardes van pesticiden (22x) en van (zware) metalen als lood, zink, cadmium en fluor (5x). Er waren 30 meldingen over DON en 42 over ZEA. Voor die twee mycotoxinen lag de vier maanden ervoor het aantal meldingen nog op 357.

Er hadden 42 meldingen betrekking op verhoogde waardes van aflatoxine B1. Zodra nieuwe oogst mais op de markt komt, is het SecureFeed-protocol voor aflatoxine van kracht. Dit behelst een sterk verhoogde monitoringsfrequentie. Deelnemers van SecureFeed zijn verplicht om aan het begin van de verwerking van nieuwe oogst van elk herkomstland waarvan zij mais ontvangen drie monsters te laten analyseren op aflatoxine B1. Op basis van de analysegegevens maakt SecureFeed een risico-indeling van de verschillende herkomstlanden. Leveranciers van maïs(bij)producten geven ook gegevens door aan SecureFeed die bruikbaar zijn voor de inventarisatie én die kunnen leiden tot meldingen. Tijdens de inventarisatieronde vinden geregeld overschrijdingen van actiegrenzen plaats. Dit is volgens SecureFeed logisch én toont het belang van deze inventarisatie aan voor de risicobeheersing.

SecureFeed kreeg relatief veel meldingen van residuen van gewasbeschermingsmiddelen in biologische producten. Om die reden stelde SecureFeed in de laatste maanden van 2015 een actiegrens van 0,01 mg/kg vast voor alle pesticiden in biologische producten. Deze actiegrens is meestal gelijk aan de huidige detectiegrens en ligt beduidend lager dan de voedselveiligheidsnormen voor diezelfde pesticiden in gangbare diervoeders. Het instellen van een nieuwe actiegrens heeft mede geleid tot een verdrievoudiging van het aantal meldingen van pesticiden in biologische producten t.o.v. de periode van mei t/m augustus. Deze meldingen zijn vooral bedoeld om inzicht te krijgen in de integriteit van biologische diervoeders. De biologische markt eist producten zonder pesticiden. De verzamelde meldingen geven inzicht in de problematiek, waarmee maatregelen zijn te nemen om deze (kruis)contaminatie tegen te gaan.

Alerts en geweigerde vrachten

SecureFeed classificeerde 39 meldingen als ‘Alert’. Het betrof onder meer te hoge waardes van aflatoxine B1 in Roemeense en Servische maos en salmonella in pluimveevoeders en Duits koolzaadschroot. Daarnaast waren er meldingen van te hoge waardes pesticiden in Braziliaanse citruspulp, Nederlandse tarwegries en Argentijns zonnebloemzaadschroot.

Bij de categorie ‘Geweigerde vrachten’ ging het in totaal om 27 gevallen, waarbij teveel vervuiling in de partij diervoeder zat (zoals insecten of plastic) of teveel bijmenging van andere, ongewenste grondstoffen. Niet één melding viel in de categorie ‘Calamiteit’.
SecureFeed gebruikt de informatie uit meldingen voor het actueel houden van het risicoprofiel van voedermiddelen en van het monitoringplan. Met de meldplicht leveren de (aspirant)deelnemers van SecureFeed een actieve bijdrage aan borging van de voeder- en voedselveiligheid. Zij waren dan ook de voornaamste bron van de meldingen (202x). Andere bronnen waren laboratoria (10), leveranciers (5) , RASFF (3) en GMP+ (3).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.