Nieuws

‘Meer grip nodig op grondstofstromen’

De Europese overheid moet stappen zetten om de invoer van agrarische grondstoffen en essentiële mineralen de komende decennia op een verantwoorde wijze zeker te stellen. Dit was een van de conclusies tijdens het  seminar ‘European Agrifood: blueprints for the future’ ter gelegenheid van het afscheid van Ton Loman, CEO Agrifirm Group.

KringloopToets

De druk op beschikbare agrogrondstoffen neemt al jaren toe. Tegelijkertijd heeft het bedrijfsleven steeds minder grip op de grondstoffenstromen. “We maken ons ernstig zorgen over het ontbreken van een realistische en doordachte politieke agenda van de nationale en Europese overheden op het gebied van agrarische grondstoffen en essentiële mineralen”, concludeert Ruud Tijssens, director Corporate Affairs Agrifirm Group op het symposium. Agrifirm is voorstander van een grondstoffenbeleid waarbij sprake is van een goede afweging van economie, ecologie en sociale verantwoordelijkheid. Agrifirm kiest voor het sluiten van kringlopen, maar dit betekent volgens het bedrijf niet automatisch een keuze voor regionale productie van grondstoffen. “Bij het sluiten van kringlopen moet je alle aspecten zorgvuldig beoordelen. Dit kan met de KringloopToets, waarvan Agrifirm één van de initiatiefnemers is. De KringloopToets zou leidend moeten zijn bij de gemeenschappelijke besluitvorming.”

Geopolitiek

Philip den Ouden, Directeur Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI) voorziet in de toekomst tekorten aan noodzakelijke grondstoffen, waardoor volgens hem de voedselvoorziening voor de Europese bevolking op het spel kan komen te staan. “De vraag naar agrarische grondstoffen uit grote landen, bijvoorbeeld China, neemt toe. Tegelijkertijd dreigen tekorten doordat bepaalde grondstoffen opraken. Denk bijvoorbeeld aan fosfor”, aldus den Ouden. Rob Hansen, directeur bij Cargill, verwacht ook dat Europa een kleinere speler zal worden op de wereldmarkt van agrarische grondstoffen, maar is minder pessimistisch over de gevolgen voor de Europese voedselvoorziening. “We hebben hier een grote voorsprong op het gebied van voedselproductie. Die zal kleiner worden, wellicht gaan de voedselprijzen omhoog. Maar we blijven in Europa zeker in staat om de eigen bevolking te voeden.”

Gewasbescherming

Het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen kan de komende jaren verder omlaag, maar zal niet helemaal verdwijnen, constateert Tjerk Wagenaar, directeur van Natuur & Milieu. “Daar kunnen we mee leven, mits er alleen chemische middelen gebruikt worden die het milieu niet schaden.” Wagenaar krijgt bijval van Guido Sterk, een specialist op het gebied van geïntegreerde gewasbescherming. “Het vinden van biologische oplossingen voor nieuwe parasieten kost tijd. Om die te overbruggen blijven chemische middelen nodig.” Tijssens waarschuwt voor chemofobie. “Daar doen we onze Nederlandse boeren ernstig tekort mee en zo beschadigen we hun positie op de wereldmarkt.”

In de regio

Provincie Noord-Brabant streeft naar een agrofoodsector die kringlopen zo veel mogelijk sluit. Volgens Noord-Brabants gedeputeerde Anne-Marie Spierings moet je dat op een zo klein mogelijke schaal doen. “Maar we kunnen en willen geen hek om Brabant plaatsen.” Regionaal kringlopen sluiten gebeurt wat ons betreft op Noordwest-Europese schaal. Op die schaal lukt het ook om er voor boeren een verdienmodel aan te koppelen”, aldus Spierings. Ze juicht regionaal produceren op kleinere schaal wel toe. “Consumenten hebben vaak meer vertrouwen in voedsel van dichtbij.”

Spierings is positief over de teelt van soja in Nederland, een initiatief waar ook Agrifirm bij betrokken is. “Soja telen valt nog niet mee hier. Het laat zien dat regionalisering van productie tijd kost.” Volgens Spierings zouden ontwikkelingen rond gezond, veilig en duurzaam geproduceerd voedsel sneller kunnen als er meer ketenregie komt. “De retail laat het hier vaak afweten. Mogelijk kunnen ketenpartners als Agrifirm een grotere rol vervullen.”

Niet tegen elke prijs

Kringlopen moet je niet tegen elke prijs regionaal willen sluiten, waarschuwt Martin Scholten, algemeen directeur Animal Sciences Group van Wageningen University & Research. Volgens wetenschapper Scholten is het zaak om slim te werk te gaan. “Blijf daar produceren waar dat het efficiëntst kan. In Nederland soja verbouwen is een sympathieke gedachte, maar beter is om eerst de productie van bestaande gewassen te optimaliseren. Dat kan een grotere bijdrage aan de eiwitvoorziening leveren”, aldus Scholten. Tijssens van Agrifirm concludeert dat de economische realiteit voorop blijft staan. “De sojateelt in Nederland is ook vooral gebaseerd op een door ons geconstateerde marktvraag. We willen kansen helpen creëren voor telers en veehouders. Daarom ben ik blij met de Green Deal Soja over sojateelt in Nederland. De deal helpt om sojateelt op gang te brengen, uiteindelijk moet er een volwassen zelfstandige teelt komen te staan.”

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.