Nieuws

De leden van ketenorganisatie ZuivelNL (Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO), LTO Nederland en de Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV) hebben het Fosfaatreductieplan ZuivelNL gepubliceerd. Het plan is onderdeel van een pakket van maatregelen dat samen met de bedrijfsbeëindigers- en krimpregeling en de fosfaatreductie door de veevoersector leidt tot een vermindering van 8,2 miljoen kilogram fosfaat. De maatregelen gelden uitsluitend voor 2017. LTO Nederland, NMV, NAJK en de bij de NZO aangesloten zuivelondernemingen leggen het Fosfaatreductieplan ZuivelNL ter besluitvorming voor aan hun bestuurlijke organen.

Het Fosfaatreductieplan ZuivelNL is gericht op de melkveebedrijven die in 2017 worden gecontinueerd. Het plan bevat twee regelingen die samen voorzien in een reductie van 4 miljoen kilogram fosfaat, de Melkgeldregeling en de GVE-reductieregeling. Een veehouder kan zelf bepalen welke regeling voor hem/haar het best passend is.

Melkgeldregeling

In deze regeling wordt aan melkveebedrijven een referentievolume melk toegekend. Het referentievolume wordt gelijkgesteld aan de melkproductie in het kalenderjaar 2015 min 4%. Gedurende 2017 wordt de maandelijkse melklevering vergeleken met het referentievolume. Daarbij wordt het leveringspatroon van 2016 gevolgd, tenzij de melkveehouder de voorkeur geeft aan het leveringspatroon van 2015. Melkveebedrijven die in 2017 op maandbasis meer melk leveren dan het referentievolume, worden gekort op het melkgeld. Op het teveel geleverde volume wordt een korting toegepast van 90% van de kale melkprijs (bij FrieslandCampina de garantieprijs); dat is de melkprijs exclusief eventuele toeslagen.

GVE-reductieregeling

In deze regeling krijgt een melkveebedrijf een GVE-referentie. Die is gelijk aan het aantal GVE’s uit de categorieën 100, 101 en 102, zoals dat op 2 juli 2015 op het bedrijf geregistreerd stond, min 4%. Het bedrijf dient het aantal GVE’s uit deze categorieën dat op 1 oktober 2016 aanwezig was, te reduceren tot op of onder het niveau van de GVE-referentie. Deze taakstelling dient gedurende 2017 te worden gerealiseerd. De eventuele toename van het aantal GVE’s ná 1 oktober 2016 komt bovenop deze taakstelling.

Grondgebonden bedrijven

Bedrijven die in 2015 geen fosfaatoverschot hadden en daarmee volgens de definitie van de meststoffenwet grondgebonden zijn, hoeven bij deelname aan de GVE-reductieregeling geen krimp te realiseren ten opzichte van hun veebezetting op 2 juli 2015. In deze regeling wordt hun GVE-referentie gelijk aan de veebezetting op 2 juli 2015. Bedrijven dienen hun grondgebondenheid aan te tonen op basis van RVO-gegevens.

Algemeen verbindend verklaring

Belangrijk onderdeel van het Fosfaatreductieplan ZuivelNL wordt een algemeen verbindend verklaring (AVV) voor de maatregelen die de zuivelondernemingen willen nemen voor fosfaatreductie. Met een dergelijke verklaring gaan de maatregelen gelden voor alle zuivelondernemingen en melkveehouders in Nederland. ZuivelNL verwacht deze week of volgende week een aanvraag voor de AVV in te dienen bij het ministerie van Economische Zaken. De AVV zal (na een toets door de Europese Commissie) zo spoedig mogelijk, maar gelet op de te doorlopen procedure, naar verwachting op 1 maart 2017 in werking kunnen treden.

Zie voor meer informatie de Basisnotitie Voornemen tot maatregelenpakket fosfaatreductie, Rekenvoorbeelden en Vragen en Antwoorden op de site van de LLTB.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.