Met de teelt van algen wordt al jaren geëxperimenteerd in Nederland. Maar algenboeren zijn er amper of ze zijn al gestopt. Toch is er een sterk geloof dat dat gaat veranderen nu de teelt van de eiwitrijke algen commercieel gezien steeds interessanter wordt, meldt LTO Noord. 

LTO Noord Fondsen heeft financieel bijgedragen aan diverse algenprojecten.

Kinderschoenen

De algenteelt staat nog in de kinderschoenen in Nederland. Slechts enkele boeren en tuinders zijn in deze teelt gestapt. Zo is pluimveehouder Bert Huisman uit Dalfsen bezig met de bouw van een algenkwekerij met een bassin van 1 hectare. De eiwitrijke algen wil hij vervolgens gebruiken als kippenvoer, ter vervanging van soja.
Andere initiatieven strandden, zo laat onder meer het verhaal van Ingrepro Renewables zien. In Borculo werden oude varkensstallen omgezet in een algenboerderij om per jaar duizenden kilo’s algen te produceren voor voedingsmiddelen, zoals vegaburgers. Maar in 2013 ging het bedrijf failliet.
In 2010 begon vleeskalverhouder Evert Kroes uit Uddel met de teelt van algen, die hij gebruikte als veevoer om de kringloop van zijn bedrijf te sluiten. Maar na drie jaar is hij gestopt. “De kostprijs is dusdanig hoog dat er geen economisch rendement is uit te halen. De theorie is mooier dan de werkelijkheid.”

Koplopers

“Het is nog een moeilijke markt voor kleine spelers. Degene die ermee bezig zijn, zijn de koplopers”, zegt Rommie van der Weide van Acrres, onderdeel van Wageningen University & Research. Zij doet al langer onderzoek naar algenteelt. “Het is een opstartende markt die wel toekomst heeft.”
Acrres teelt als proef al enige tijd algen in de kassen en vijvers van PPO Lelystad. De mogelijkheden zijn nog lang niet volledig benut, stelt Van der Weide. “In de Verenigde Staten zijn er al ondernemingen die algen telen voor plantenstimulansen voor de akker- en tuinbouw.”
De onderzoekster gelooft dat algenteelt ook prima in Nederland kan renderen. “Het kan op verschillende manieren, zoals in de buitenlucht in open vijvers, in zakken of binnen in kassen of andere gebouwen. De vraag is welk systeem het meest geschikt is.”

Lagere kostprijs

Als kostprijs voor de productie noemt Van der Weide een bedrag van 10 euro per kilo droge stof algen. “Maar dat kan goedkoper in de toekomst. Dan worden algen nog interessanter als component voor veevoer, niet alleen vanwege het hoge gehalte eiwitten en aminozuren, maar vooral om de omegavetzuren en specifieke stoffen met gezondheidsbevorderende effecten. Ook voor de menselijke consumptie verwacht ik dat er meer ruimte komt.”

Ook de Wageningse hoogleraar René Wijffels verwacht dat de kostprijs nog verder daalt. Hij is ook directeur van onderzoeksfaciliteit Algaeparc, waar diverse teeltsystemen worden getest. “Nu komen we op 40 euro per kilo droge stof, maar 5 tot 10 euro per kilo is zeker haalbaar. Dat heeft met schaal en technologie te maken.”
Wijffels beaamt dat de opmars van de algenteelt niet hard verloopt. “Maar zo ging het ook met andere technologieën. De basis is nu gelegd.”
Van het ‘groene goud’ wil de hoogleraar echter niet spreken. “Algen bieden geweldige mogelijkheden om duurzame wijze grondstoffen te vervangen. Maar er moet nog wel wat gebeuren voor het zover is.”
Algaeparc is daarom nog steeds bezig met onderzoek om de algenteelt als onderdeel van de biobased economy te ontwikkelen. “Wij richten ons voornamelijk op feed en food, maar kijken ook naar andere toepassingen als energieopwekking. Dat is iets voor de lange termijn. Over tien à vijftien jaar is daar wel een doorbraak in te verwachten.”

Over de kansen voor Nederlandse algenboeren is Wijffels sceptisch. “De meeste potentie zit in zuidelijke landen waar het zonnig is, zoals in Zuid-Europa en Bonaire. Daar worden al productievelden van 2 tot 5 hectare gebouwd. Ons klimaat is te variabel, maar op het gebied van technologieontwikkeling kunnen we een vooraanstaande rol spelen.”