Beter benutten van eiwit van eigen land spaart import van eiwit uit en zorgt voor een meer gesloten kringloop op het melkveebedrijf. In het project Eiwit van Eigen Land streeft een groep melkveehouders er naar zoveel mogelijk eiwit van eigen land te benutten. In de laatste bijeenkomst gingen deelnemers op zoek naar spreiding van collega’s en zochten naar de knoppen waaraan je kunt draaien om meer eiwit van eigen land te halen.

Intensiteit en grondsoort

Als eerste speelt de intensiteit een belangrijke rol in het aandeel eiwit dat van eigen land geoogst wordt ten opzichte van het aandeel eiwit dat aangekocht wordt. Hoe extensiever een bedrijf, hoe meer het in staat is om in zijn eigen eiwitbehoefte te voorzien.

Daarnaast heeft de grondsoort op het bedrijf invloed op het percentage eiwit van eigen land. Zo halen bedrijven op kleigrond gemiddeld meer eiwit van eigen land dan bedrijven op zandgrond en bedrijven op veengrond halen gemiddeld een nog groter aandeel eiwit van hun eigen land. Dit heeft alles te maken met het stikstofleverend vermogen en de vochtvoorziening die op klei en veengrond hoger liggen dan op zandgrond. Hierdoor kan er meer eiwit gevormd worden en kan er zo dus ook meer eiwit van eigen land geoogst worden.

 

Draaien aan de knoppen

Een analyse aan de hand van de KringloopWijzers van Royal Bel Leerdammer heeft in beeld gebracht op welke eigenschappen bedrijven met een hoog aandeel eiwit van eigen land zich onderscheiden ten opzichte van bedrijven met een laag aandeel eiwit van eigen land binnen dezelfde intensiteit.

  • Hoger aandeel vers gras in het rantsoen (meer weiden/grazen);
  • Hoge grasopbrengsten (met voldoende eiwit);
  • Meer grasland in het bouwplan;
  • Hoge stikstofbenutting (lage ruw eiwit/VEM verhouding in het rantsoen);
  • Lager krachtvoerverbruik;
  • Lage eiwitgehaltes in krachtvoer en bijproducten die aangekocht worden.

In het vervolg van dit project van ZuivelNL en Royal Bel Leerdammer zal er een bedrijfsspecifiek verbetertraject uitgezet worden, wat vervolgens wordt vertaald naar algemene aanbevelingen per grondsoort en per intensiteitsklasse.

Bron: Verantwoorde Veehouderij