Nieuws

De bewering dat de hoogste concentraties bestrijdingsmiddelen worden aangetroffen in kracht/mengvoeders is onjuist. Dat blijkt uit onderzoek van Stichting Agri Facts (Staf) naar aanleiding van een nog officieel te verschijnen onderzoeksrapport over mogelijke relaties tussen de afname van weidevogels en de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen op veehouderijbedrijven in Gelderland.

Onderzoekers Jelmer Buijs en Margriet Mantingh brachten enkele weken geleden al bevindingen van hun onderzoek naar buiten. Dat rapport stelt dat voer en mest zouden barsten van de bestrijdingsmiddelen, dat leidt tot minder mestkevers en insecten, en indirect tot minder weidevogels.

Onder limiet

Staf Research heeft het onderzoeksrapport, dat vrijdag 12 april officieel naar buiten komt, getoetst. Staf concludeert dat de hoeveelheden insectendodende middelen die Buijs en Mantingh aangetroffen in veevoeders ver onder de Europees vastgestelde limieten blijven.

Cijfers

Buijs en Mantingh troffen de grootste hoeveelheid residu aan in mengvoer voor varkens: 968,6 microgram per kilo voer, dit is bijna 1 mg. Daarnaast is het volgens Staf goed om te weten dat Buijs en Mantingh de verschillende soorten insecticiden bij elkaar optellen en met microgrammen werken in plaats van milligrammen.

De limieten die de Europese Commissie aanhoudt voor zowel dierlijke als menselijke voedingsmiddelen, blijken een veelvoud hoger te liggen dan de door Buijs en Mantingh gemeten waarden. Met andere woorden: de hoeveelheid gevonden pesticiden in kracht/mengvoer bedraagt een fractie van wat maximaal is toegestaan.

Geen causaal verband

De onderzoekers stellen dat in mest op bedrijven waar weinig krachtvoer of krachtvoer zonder residuen van insecticiden wordt gevoerd, de bezetting van kevers in verse mest significant hoger is. Staf Research constateert dat Buijs en Mantingh hier een onjuiste conclusie trekken. Bij statistische analyse kan namelijk geen verband worden aangetoond. Het aantal waarnemingen is beperkt (n=20).

Kevers

Er is één bedrijf met relatief veel kevers in de mest, hier werd geen krachtvoer gevoerd. Er waren echter meer bedrijven waar geen of ‘schoon’ krachtvoer werd gevoerd, doch hier werden géén kevers aangetroffen. De combinatie van het zeer geringe aantal waarnemingen en de grote spreiding in uitkomsten, maakt dat er geen verband kan worden vastgesteld tussen het aantal kevers in de mest en de gevoerde bestrijdingsmiddelen met het krachtvoer.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.