Nieuws

“Het onderzoek van Jelmer Buijs en Margriet Mantingh rammelt. Hiermee wordt de weidevogels geen dienst bewezen en de agrarische sector geschaad”, aldus Ben Haarman (LTO Noord). Het rapport over de relatie tussen residuen van gewasbeschermingsmiddelen in voer en mest en de aanwezigheid van insecten op het boerenbedrijf dat morgen verschijnt, is volgens de Stichting Agri Facts (Staf) gebaseerd op te weinig waarnemingen en legt onjuiste verbanden.

De bevindingen van Staf bevestigen Nevedi in het beeld dat de brancheorganisatie zichzelf had gevormd over de kwestie in het stadium dat het rapport nog niet openbaar was, maar er wel al een samenvatting beschikbaar was voor de pers. Ook Hisfa heeft inmiddels gereageerd op en zijn verontwaardiging uitgesproken over het rapport dat officieel op vrijdag 12 april wordt overhandigd aan de opdrachtgever, de provincie Gelderland.

Oorzaak

Jelmer Buijs en Margriet Mantingh onderzochten in opdracht van de provincie Gelderland of er een mogelijk een relatie is tussen de afname van weidevogels en de aanwezigheid van gewasbeschermingsmiddelen op veehouderijbedrijven in Gelderland. Op basis van hun bevindingen brachten de onderzoekers eind maart naar buiten dat de aanwezigheid van gewasbeschermingsmiddelen in voer en mest de oorzaak is van een daling van het aantal mestkevers en insecten. “Indirect leidt tot minder weidevogels”, stellen de onderzoekers in de bewuste publicatie.

Onder de norm

Stichting Agri Facts (Staf) heeft dit onderzoeksrapport getoetst en concludeert dat de hoeveelheden insectendodende middelen die Buijs en Mantingh aangetroffen in de onderzochte voeders ver onder de Europees vastgestelde limieten blijven. Dit is in lijn met de bevindingen van Nevedi, die in de week dat de aantijgingen naar buiten kwamen, al een reactie op de eigen website publiceerde. “Het heeft er alle schijn van dat het onderzoeksrapport van Buijs en Mantingh rammelt”, aldus Nevedi-directeur Henk Flipsen.

Onjuist

De Nederlandse Vereniging van Handelaren in Stro, Fourages en Aanverwante Produkten (Hisfa) betreurt de publicatie van het rapport. “De feiten worden onjuist geïnterpreteerd. Dit zet de sector in een verkeerd daglicht”, zegt Hisfa-voorzitter Gerjan Wielink.

Boerenorganisatie LTO Noord stelt in een reactie dat hier sprake is van een kwalijke werkwijze. “Deze aanpak helpt de weidevogels niet. Bovendien werkt de handelswijze van de onderzoekers stigmatiserend en polariserend voor onze boeren en onze agrarische sector”, aldus Ben Haarman, portefeuillehouder Natuur- en Landschapsontwikkeling bij LTO Noord.

Biodiversiteit

Zowel Haarman als Flipsen geven aan dat de regels streng zijn en dat in de agrarische sector scherp wordt toegezien op naleving. Flipsen: “Als uit een gedegen wetenschappelijk onderzoek naar voren komt dat vanuit de diervoedersector actie nodig is, dan pakken wij dat zeker op. We vinden biodiversiteit en milieu belangrijk en als sector nemen we daarin onze verantwoordelijkheid. De intensieve risicobeoordeling- en monitoringsprogramma’s in onze sector getuigen daarvan.”

Haarman: “In ons Deltaplan biodiversiteitsherstel staan ambities om de kwaliteit van de bodem en de biodiversiteit te verbeteren. In Nederland zijn vele initiatieven waarmee we mooie resultaten behalen voor de weide- en akkervogels. Daar hebben weidevogels meer aan dan een gammel rapport.”

Lees ook: Staf: ‘Aanwezigheid residu in voer minimaal’ 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.