Deeltjesgrootte blijft een belangrijk aandachtspunt bij de productie van diervoeders. Een recente publicatie van M. Reza Abdollahi en Marc Perel benadrukt dat niet alleen de maalfijnheid zelf, maar vooral de volledige deeltjesgrootteverdeling bepalend is voor de kwaliteit en functionaliteit van het voer.
In het artikel ‘The Importance of Feed Particle Size: From Milling Efficiency to Gizzard Function’ in Feed & Additive beschrijven de auteurs hoe de keuze van de maalgraad invloed heeft op zowel het maalproces als de benutting van het voer door het dier. Fijner malen kan bijdragen aan een homogener product, maar vraagt ook meer energie. Een grovere structuur kan in bepaalde situaties juist voordelen bieden voor de voeropname en de werking van het maagdarmkanaal.
Verdeling fijne en grove deeltjes
Volgens Abdollahi en Perel is het daarom belangrijk om verder te kijken dan één gemiddelde waarde, zoals de D50. De verdeling tussen fijne en grove deeltjes geeft aanvullende informatie over de structuur van het voer.
De auteurs benadrukken dat er geen universele optimale deeltjesgrootte bestaat. De gewenste structuur hangt af van onder meer grondstof, diersoort, voervorm en productieproces. Daarmee blijft deeltjesgrootte een belangrijk afstempunt tussen maaltechniek en voerfunctionaliteit.


