CO₂-voetafdruk kan omlaag met andere grondstoffen

De Nederlandse diervoedersector kan de afhankelijkheid van geïmporteerde soja aanzienlijk verminderen zonder dat de prestaties van vleeskuikens direct achteruitgaan. Onderzoek van Wageningen University & Research laat zien dat gedeeltelijke vervanging van soja door Europese eiwitbronnen de CO₂-voetafdruk van pluimveevoer met maximaal 44 procent kan verlagen.

Sojaschroot vormt nog altijd een belangrijk bestanddeel van Nederlands pluimveevoer. Een groot deel daarvan wordt geïmporteerd uit Zuid-Amerika en de Verenigde Staten. Dat zorgt niet alleen voor transportgerelateerde emissies, maar maakt de Europese diervoederketen ook afhankelijk van import.

Onderzoekers van Wageningen Livestock Research (WLR) werken daarom samen met partners uit de sector aan alternatieve voersamenstellingen die beter passen binnen een circulair voedselsysteem. Daarbij ligt de nadruk op grondstoffen die dichter bij huis beschikbaar zijn en niet concurreren met voedsel voor menselijke consumptie.

Europese eiwitbronnen als alternatief

Binnen het Feed4Foodure-project onderzochten de onderzoekers de mogelijkheden om Braziliaans sojaschroot gedeeltelijk te vervangen door erwten, veldbonen, zonnebloemschroot en raapschroot. Bij jonge vleeskuikens werd 11 tot 25 procent van het sojaschroot vervangen, terwijl dit bij dieren ouder dan drie weken opliep tot 85 procent.

Volgens de onderzoekers kan een gedeeltelijke vervanging de CO₂-voetafdruk van het voer met 6 tot 44 procent verlagen, zonder noemenswaardige gevolgen voor de dierprestaties. Een volledige vervanging zou zelfs een emissiereductie van ongeveer 55 procent kunnen opleveren, maar brengt volgens de onderzoekers nog belangrijke technische uitdagingen met zich mee.

Alternatieve grondstoffen bevatten vaak minder eiwit en meer vezels dan sojaschroot. Daardoor moet meer grondstof worden verwerkt om dezelfde voedingswaarde te bereiken, wat gevolgen kan hebben voor de verteerbaarheid, groei en voerefficiëntie. Ook de wisselende kwaliteit en beschikbaarheid van circulaire reststromen vormen volgens WUR nog een aandachtspunt.

Geopolitiek vergroot de urgentie

Naast duurzaamheid speelt ook leveringszekerheid een steeds grotere rol. Volgens onderzoekers van Wageningen Social & Economic Research heeft de geopolitieke situatie de kwetsbaarheid van de Europese afhankelijkheid van ingevoerde soja zichtbaar gemaakt. Hogere transportkosten en onzekerheid op de wereldmarkt vergroten de belangstelling voor Europese eiwitgewassen zoals veldbonen, erwten en koolzaad.

Tegelijkertijd blijkt de teelt van deze gewassen voor veel boeren economisch nog onvoldoende aantrekkelijk. Volgens de onderzoekers kunnen gerichte stimuleringsmaatregelen en Europese landbouwsubsidies bijdragen aan een grotere productie van regionale eiwitbronnen.

Transitie vraagt meer dan duurzame soja

WUR concludeert dat de Nederlandse diervoedersector al stappen zet met gecertificeerde ontbossingsvrije soja en een lager gebruik van fossiele brandstoffen. Wie de afhankelijkheid van soja-import daadwerkelijk wil terugdringen, zal volgens de onderzoekers echter ook de samenstelling van het diervoeder moeten aanpassen. De toenemende inzet van zonnebloemschroot, raapschroot en andere Europese eiwitbronnen wordt daarbij gezien als een belangrijke stap richting een circulairer voedselsysteem.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Mis geen enkel nieuws uit de diervoederindustrie