Een Britse recente review in World’s Poultry Science Journal laat zien dat zogenaamde former food products (FFP’s), zoals bakkerijproducten, koek, pasta- en zoetwarenresten, een deel van granen in pluimveerantsoenen kunnen vervangen. Dat biedt kansen voor een circulaire voerketen en kan tegelijk de milieubelasting en voerkosten verlagen. Voor een brede toepassing zijn wel een goede rantsoenformulering, kwaliteitscontrole en duidelijke regelgeving nodig.
FFP’s zijn voedingsmiddelen die oorspronkelijk voor menselijke consumptie zijn geproduceerd, maar daar om praktische, logistieke of productietechnische redenen niet meer voor bestemd zijn. Zolang ze veilig zijn, kunnen ze worden verwerkt tot diervoeder. De review van de Britse onderzoekers Khattak en collega’s beschrijft vooral bakkerijmeel, biscuitresten, pasta en zoetwaren als kansrijke grondstoffen.
Niets meer missen over de ontwikkelingen in de diervoederindustrie? Meld je nu aan voor de gratis nieuwsbrief of neem een (proef)abonnement!
De samenstelling van deze producten varieert echter sterk. FFP’s bevatten vaak relatief veel energie door het aandeel zetmeel, suiker en vet. Het eiwitgehalte ligt grofweg in dezelfde orde als dat van granen, maar essentiële aminozuren zoals lysine, methionine en threonine kunnen beperkend zijn. Een nauwkeurige analyse en aanvullende grondstoffen of synthetische aminozuren zijn daarom belangrijk.
Onderzoek bij vleeskuikens wijst erop dat FFP’s bij een goed uitgebalanceerd rantsoen in veel gevallen voor een aanzienlijk deel granen kunnen vervangen, zonder negatieve effecten op groei of voederconversie. Ook bij leghennen zijn positieve resultaten gevonden, al is de hoeveelheid langetermijnonderzoek daar beperkter.
Veiligheid en variatie vragen aandacht
Naast voedingswaarde zijn veiligheid en constante kwaliteit belangrijke voorwaarden. Verpakkingsmateriaal moet worden verwijderd en microbiologische risico’s en mogelijke contaminanten moeten worden gecontroleerd. Ook kunnen verwerking en verhitting invloed hebben op vitamines en andere nutriënten. Producten met cacao vragen bijvoorbeeld extra aandacht vanwege het gehalte aan theobromine.
De variatie tussen partijen vormt in de praktijk een belangrijke uitdaging. Seizoensinvloeden, wisselende grondstoffen en verschillen tussen leveranciers kunnen de voedingswaarde veranderen. Regelmatige analyse, bijvoorbeeld met snelle analysetechnieken, is daarom nodig om FFP’s betrouwbaar in voerformuleringen te kunnen opnemen.
Circulaire kans voor de voerindustrie
Volgens de onderzoekers kunnen FFP’s bijdragen aan het verminderen van de concurrentie tussen humane voeding en diervoer. Tegelijkertijd kunnen landgebruik, broeikasgasemissies en voerkosten dalen doordat voedingsstoffen die anders verloren gaan opnieuw in de voedselketen worden benut.
De auteurs zien de grondstoffen dan ook als een nog onvoldoende benutte schakel in een circulaire voerketen. Voor opschaling zijn volgens hen wel meer langlopende voederproeven nodig, vooral bij leghennen, naast duidelijke regelgeving, betere gegevens over samenstelling en praktische richtlijnen voor voerproducenten. Ook communicatie richting consumenten speelt een rol: transparantie over de herkomst en veiligheid van de grondstoffen kan de acceptatie van producten uit dieren die met FFP’s zijn gevoerd vergroten.


