Frank Mijs voert zijn koeien al jarenlang een rantsoen met minder dan 155 gram ruw eiwit. Op het bedrijf van Frank vindt aanvullend onderzoek plaats om de diergezondheid te monitoren binnen het project. Het onderzoek is nog niet afgerond, maar tot nu toe zijn de bevindingen positief: in de stal ziet Frank geen verschil als het gaat om diergezondheid. De zwartbonte Holstein Friesian-koeien zien er gezond uit. Ook de dierenarts die de koeien twee keer per jaar monitort heeft geen signalen om aan te nemen dat de dieren niet gezond zijn.
Dierenarts beoordeelt koeien
Dierenarts Sebastiaan Claessens komt twee keer per jaar langs en scoort dan objectief de melkkoeien op conditie en locomotie, en beoordeelt de kwaliteit van de mest. Daarnaast weegt Frank zijn kalveren en meet hij de kwaliteit van de biest. Ook houdt hij nauwkeurig het rantsoen bij. “Voor mij is het niet veel extra werk, omdat ik toch al veel gegevens bijhoud..”
In het najaar zal het laatste bedrijfsbezoek door de dierenarts plaatsvinden. Vervolgens zal de onderzoeker alle gegevens van 20 melkveebedrijven analyseren.
Op zoek naar de juiste balans
De koeien n de stal krijgen een uitgebalanceerd rantsoen, samengesteld uit graskuil, maiskuil, bierborstel en soja. In de krachtvoerbox kunnen ze hun portie brok halen. Het totale rantsoen bevat op dit moment minder dan 150 gram RE. Vorig jaar was dit zelfs onder de 140 gram RE, maar daar is hij van teruggekomen. “Dat kost mij uiteindelijk toch wat kilogrammen melk,” merkt hij op. “Een laag RE-gehalte in het rantsoen is dus niet nieuw voor mij. Het past namelijk goed binnen mijn bedrijfsvoering.”
Efficiëntie voert de boventoon
Het bedrijf bevindt zich op zandgrond, waardoor hij zowel gras als mais kan telen. Volgens hem is het hierdoor makkelijker om te sturen op een laag RE-gehalte in het rantsoen dan voor ondernemers op veen- of kleigrond. Zijn keuze voor een laag ruw eiwitgehalte in zijn rantsoen is in het verleden vooral ingegeven door een economisch voordeel.
“Je probeert zo efficiënt mogelijk melk te produceren met zo min mogelijk verliezen,” legt hij uit. Hij is een groot voorstander om verliezen uit te drukken in kilogrammen meetmelk en niet per hectare. “Het gaat uiteindelijk om de efficiëntie. Er zijn ondernemers die met een rantsoen van 160 gram RE een prima resultaat laten zien met minimale verliezen.”
Geen wetten en regelgeving
“Ik ben ook geen voorstander van het vastleggen van natuurlijke processen in wetten en regelgeving,” vervolgt hij. “Dat mijn koeien het de afgelopen jaren prima doen op een rantsoen met een RE-gehalte onder de 150 is prima, maar ik wil wel de mogelijkheid behouden om mijn dieren meer te voeren als dat noodzakelijk is. Stel je krijgt te maken met een dierziekte en jouw koeien hebben het zwaar, dan moet er wel de mogelijkheid zijn om jouw koeien extra eiwit te voeren om de weerstand te vergroten.”
Bron: Verantwoorde veehouderij


