In 2023 produceerde de Europese Unie bijna 1,1 miljoen ton aan vis, weekdieren, algen en schaaldieren. Deze productie vertegenwoordigde een marktwaarde van 4,8 miljard euro. De aquacultuursector bleef daarmee qua volume nagenoeg stabiel ten opzichte van voorgaande jaren, ondanks uiteenlopende ontwikkelingen in de lidstaten. Dat blijkt uit cijfers van Eurostat.
Geen nieuws meer missen? Schrijf je in voor de wekelijkse nieuwsbrief
Spanje grootste producent, groei in Griekenland
De 3 grootste producenten binnen de EU waren Spanje, Frankrijk en Griekenland. Spanje leverde 242.754 ton (23,1% van het totaal), gevolgd door Frankrijk met 186.561 ton (17,8%) en Griekenland met 140.908 ton (13,4%). Opvallend is dat de productie in Spanje sinds 2018 fors is gedaald, terwijl Griekenland een geleidelijke groei laat zien. In Frankrijk bleef de productie stabiel na 2018.
Over de periode 2008-2023 bleef de totale EU-productie rond de 1,1 miljoen ton schommelen. Deze stabiliteit maskeert echter aanzienlijke nationale verschillen in productieontwikkelingen.
Mosselen dominant in gewicht, forel meest waardevol
Qua soortensamenstelling domineren mosselen, forel en goudbrasem de Europese aquacultuur. Mosselen waren in 2023 goed voor 34,5% van het totale volume, gevolgd door forel (15,8%) en goudbrasem (10,0%). Forel bleek de economisch belangrijkste soort: deze vertegenwoordigde 17,7% van de totale waarde van de EU-aquacultuurproductie. Zeebaars en goudbrasem volgden met respectievelijk 13,3% en 12,0%.
De productie richt zich hoofdzakelijk op vissen als forel, goudbrasem, zeebaars, karper, tonijn en zalm, en op weekdieren zoals mosselen, oesters en kokkels.



