Melkveehouders in Denemarken krijgen meer ruimte om af te wijken van de verplichting om het methaanreducerende voederadditief Bovaer te gebruiken. Aanleiding zijn recente meldingen van boeren die na de introductie van het middel ziekteverschijnselen, verminderde eetlust of lagere melkproductie bij hun koeien zagen.
Volgens de bijgewerkte richtlijnen van de Deense Veterinaire en Voedselautoriteit mogen veehouders het gebruik van Bovaer direct stoppen zodra zij gezondheidsproblemen vermoeden die kunnen samenhangen met het additief. De boer kan individuele dieren, of zelfs de hele koppel, officieel vrijstellen via een verklaring, wanneer het risico bestaat dat het middel het welzijn of een bestaande aandoening verergert. Ook dieren die eerder klachten vertoonden bij gebruik van Bovaer mogen worden uitgezonderd.
Boer is verantwoordelijk
De autoriteit benadrukt dat de boer verantwoordelijk is voor het dierenwelzijn en dus de ruimte moet hebben om in te grijpen. Hoewel veel Deense melkveebedrijven geen problemen melden, hebben meerdere veehouders via SEGES Innovation melding gedaan van spijsverteringsklachten en productiedalingen.
Uitgebreid onderzoek
Bovaer werd in 2020 door EFSA goedgekeurd na uitgebreid onderzoek naar onder meer diergezondheid. Of het additief daadwerkelijk de oorzaak is van de gemelde klachten, is nog niet vastgesteld. Op verzoek van de autoriteit onderzoekt de Universiteit van Aarhus momenteel mogelijke oorzaken, terwijl de veterinaire dienst meldingen uit binnen- en buitenland nauwgezet blijft monitoren.


