Een Deense data-analyse wijst erop dat het voederadditief Bovaer in combinatie met een hoog zwavelgehalte in het rantsoen het risico op voer- en stofwisselingsproblemen bij melkkoeien kan vergroten. Vooral rantsoenen met veel raapzaadproducten lijken daarbij gevoelig.
Volgens SEGES Innovation, het Deense kenniscentrum voor de veehouderij, komt een groot deel van het zwavel in melkveerantsoenen uit raapschroot en raapzaadkoek. In bedrijven waar raapproducten de belangrijkste eiwitbron vormen, adviseert SEGES daarom om het gebruik van Bovaer uit voorzorg uit te stellen tot na de herfst van 2026. In die periode worden proeven verwacht die de combinatie van Bovaer en een hoog zwavelgehalte nader moeten beoordelen. Als alternatief kan soja (gedeeltelijk) raap vervangen in het rantsoen.
Hoger zwavelgehalte
De analyse koppelde voederplannen aan enquêteresultaten van 200 melkveebedrijven die hun rantsoen niet wijzigden bij de start met Bovaer. Bedrijven die meer gezondheidsproblemen rapporteerden, bleken gemiddeld een hoger zwavelgehalte in hun rantsoen te hebben (2,62 tegenover 2,48 gram per kilo droge stof).
Vorming zwavelwaterstof
Op basis van praktijkwaarnemingen en de data wordt een mogelijke verklaring gezocht in de vorming van zwavelwaterstof (H₂S) in de pens. Bovaer verhoogt de beschikbaarheid van waterstof, terwijl raapproducten veel zwavel aanleveren. Die combinatie kan leiden tot de vorming van deze giftige gasvormige stof. Bewijs hiervoor is echter nog beperkt. Daarom worden in het voorjaar van 2026 aanvullende onderzoeken gestart aan de Universiteit van Aarhus.
Statistische verbanden
SEGES benadrukt dat het om statistische verbanden gaat en niet om bewezen oorzaak-gevolgrelaties, maar vindt de signalen sterk genoeg om melkveehouders te waarschuwen.
Lees hier het hele bericht (Deens).


