De overheid hoeft geen nadeelcompensatie te bieden aan diervoederproducenten als gevolg van de krimpende afzet door overheidsingrijpen. Het Gerechtshof in Den Haag heeft een uitspraak van de rechtbank Den Haag uit november 2023 daartoe bekrachtigd.
De rechtbank Den Haag had de vorderingen van Fransen Gerrits en P. Bos Veevoeders afgewezen en het hof onderschrijft dat oordeel in hoger beroep. De ondernemingen voldoen volgens het hof niet aan de voorwaarden om aanspraak te kunnen maken op nadeelcompensatie. Vergeleken met andere producenten van veevoer worden de bedrijven niet onevenredig hard getroffen.
Onderwerp van overheidsregulering
De rechter oordeelt verder dat bedrijven rekening moeten houden met een reductie van de veestapel als gevolg van overheidsingrijpen. Daarbij stelt het hof dat de veehouderij al lange tijd onderwerp is van overheidsregulering, die ook eerder tot productiebeperkingen heeft geleid.
De juridische grondslag voor nadeelcompensatie ligt in het zogenoemde égalité-beginsel, waarbij sprake moet zijn van een speciale en een abnormale last. Het hof heeft uitgelegd dat beide voorwaarden in dit geval niet zijn aangetoond door de eisers.
Geen juridische mogelijkheden
Voor Huub Fransen, directeur van Fransen Gerrits, komt de uitspraak niet onverwacht. Hij had wel gehoopt dat de rechtbank iets zou toevoegen, zoals in andere zaken de overheid ook wel eens op de vingers wordt getikt. “Dat is helaas niet gebeurd.”
Fransen ziet verder geen juridische mogelijkheden. “Voor de duidelijkheid: het ging ons ook niet om het geld, de rechtsgang was de vorm. Het doel was om een stok in het wiel te steken van het desastreuze overheidsbeleid.” Hij vindt het jammer dat de zaak weinig stof heeft doen opwaaien, zoals in de landelijke media of bij politieke partijen.


