Erwin Wunnekink is per 1 november de nieuwe directeur van Nevedi en daarmee de opvolger van Henk Flipsen. Wunnekink is melkveehouder en heeft ruime bestuurlijke ervaring binnen de agrarische sector. In zijn eerste werkweek heeft hij even tijd om De Molenaar te woord te staan.
Vanuit zijn nieuwe standplaats Zoetermeer heeft Erwin Wunnekink net het ritje vanuit de Achterhoek achter de rug. Het streven is om twee keer per week vanuit het kantoor van Nevedi te werken. Naast de kilometers is het even wennen, een dienstverband in plaats van zelfstandig ondernemer met een aantal zware bestuursfuncties ernaast. Toch heeft hij veel zin in zijn nieuwe functie.
Was het een verrassing voor uw omgeving dat u naar Nevedi ging?
Lachend: “Voor sommigen wel, die denken dat bestuurswerk voor het leven is. Het bestuurswerk is mooi, maar het is vooral ‘iets vinden’ en met afstand tot de uitvoering. Het werk bij LTO heb ik graag gedaan, maar door de politiek de laatste jaren met de handrem erop. Ik wilde iets doen met wat meer reuring. Overigens had ik de vacature in mijn netwerk gedeeld en iemand zei: ‘Is dat niet iets voor jouzelf?’ Zo ben ik erover gaan nadenken. Ik weet hoe bestuurlijk de hazen lopen en kan belangen bij elkaar brengen. Mijn netwerk is goed, ook in Europa.”
Hoe kijkt u aan tegen Nevedi en de diervoederindustrie?
“Er is veel gebeurd de afgelopen jaren. De vraag is nu: wat willen we met de branchevereniging? We moeten veel opnieuw bekijken en verder bouwen. Ik zie het als een genoegen om daaraan mee te mogen werken. Je zou kunnen zeggen: Nevedi 2.0. Wat mij opvalt is dat de organisatie heel vakinhoudelijk bezig is. Dat is ook logisch, maar we moeten óók de grote thema’s scherp in beeld hebben. Hoe leggen we de lijntjes naar Den Haag, hoe organiseren we de lobby, hoe spiegelen we Europese opgaven aan onze eigen sector? Neem de EUDR: hoe is die lobby eigenlijk gelopen? Hebben we voldoende ‘body’ richting Brussel? Dat zijn zaken waar ik goed de lens op wil leggen. Voor je het weet verzuip je in de dagelijkse dingen, terwijl we de grote lijnen moeten blijven zien.”
Waarin bent u anders dan uw voorganger?
“Henk heeft ruim achttien jaar leidinggegeven aan Nevedi en hij heeft dat uitstekend gedaan. Hij is een icoon binnen de sector. Ik ga het op een andere manier doen. Ik ben geen Henk, en dat hoeft ook niet. Hij was veel meer inhoudelijk, meer de vaktechnische kant. Maar als je kijkt hoeveel dossiers er spelen en hoeveel dwarsverbanden er liggen met andere organisaties, dan kun je alleen maar concluderen dat hij dat heel goed heeft gemanaged.”
Melkveehouder met veel bestuurlijke ervaring
Erwin Wunnekink (1970) heeft in het Gelderse Haarlo een melkveebedrijf, dat inmiddels praktisch wordt gerund door zijn zoon en vrouw. Wunnekink bekleedde diverse bestuurlijke functies, waaronder voorzitter van de vakgroep Melkveehouderij bij LTO Nederland en lid van de Raad van Commissarissen van ForFarmers. Hij staat bekend als een verbindend bestuurder met een praktische blik en een groot netwerk in politiek Den Haag en Brussel. Sinds 1 november 2025 is hij directeur van Nevedi. Hij volgt daarmee Henk Flipsen op die dit najaar afscheid nam.
Wat verbaast u als u van bovenaf naar de branche kijkt?
“Een vereniging van concurrenten in een relatief vrije markt is goed te organiseren, maar in een krimpende sector neemt de druk toe. Minder tonnages, minder omzet, dus meer spanning op het gezamenlijke belang. Bovendien zie je verschillen tussen leden: sommige bedrijven hebben opgaven als duurzaamheidsrapportages al diep in hun DNA. Anderen, vaak kleinere bedrijven, worstelen daar nog mee. Dat maakt de uitdaging groter, maar ook interessanter.”
Welke thema’s spreken het meest aan?
“Voor mij gaat het om transparantie, dialoog en realisme. De diervoederindustrie is vaak wat gesloten, een beetje achter gesloten deuren. Terwijl je onderdeel bent van de keten, dus ook van de oplossing. Er zit zoveel kennis bij de leden. We moeten de dialoog beter openen en de goede dingen laten zien die bedrijven doen. Kijk naar de sojadiscussie: die is gekaapt door activistische ngo’s en journalisten, terwijl er in de praktijk enorme stappen worden gezet. Ik geloof in feitelijkheid. Er is een kleine, activistische groep, maar het merendeel wil gewoon het eerlijke verhaal horen. De kunst is om je eigen agenda scherp te houden en te kiezen waar je als Nevedi verschil in kunt maken. ‘Choose your battles’. Je kunt niet alles doen, zeker niet als relatief kleine organisatie. Maar met de juiste focus en samenwerking kun je wel veel bereiken.”
Hoe gaat u om met de kritische maatschappij en de media?
“Campagnes van ngo’s of platforms als ‘Follow the Money’ zijn ijzersterk, maar we moeten gewoon blijven vertellen wat we doen en waarom. Er is weerstand tegen de sector, maar deze is onlosmakelijk onderdeel van de maatschappij. Daar ligt mijn intrinsieke motivatie.
Het is belangrijk om te beseffen dat ook politici en ambtenaren die media lezen. De kunst is om juist bij de ministeries het gesprek te voeren. Daar zijn maar een paar mensen echt met onze thema’s bezig. Als de maatschappij bijvoorbeeld vraagt om alleen nog soja uit Europa te gebruiken, dan moeten we goed uitleggen dat daar een prijskaartje aanhangt. Dat gesprek moet breder worden gevoerd. Niet alleen binnen onze eigen sector, maar ook via andere belangenorganisaties.”
Hoe zien de komende maanden eruit?
“Ik ga veel bedrijven bezoeken en mensen spreken. Onze leden echt goed leren kennen. Eerst focus ik me op het Nederlandse deel, om dat goed neer te zetten. Daarna ga ik kijken wat we in Europa kunnen doen.” Lachend: “Maar ik wil niet overkomen als iemand die het allemaal wel weet, want zo zit ik ook niet in elkaar.”


