Uitstel van gebruik van genetisch gemodificeerde zaden in ontwikkelingslanden kost mensenlevens. Dat concludeert Justus Wesseler in een artikel in het wetenschappelijke tijdschrift PLOS ONE. Wesseler is hoogleraar Agrarische Economie en Plattelandsbeleid bij Wageningen University and Research.
Mensenlevens
Om tot deze aantallen te komen, schatte Wesseler hoeveel meer oogst een boer zou hebben door gebruik van GMO-zaden. Naast omzet in marktwaarde, berekende hij hoeveel extra calorieën die vermeerderde oogst oplevert. Vervolgens vergeleek hij dit met data over ondervoeding van kinderen. ‘Ik had niet verwacht dat het zoveel zou uitmaken’, geeft Wesseler toe.
Leefomstandigheden
Moeten landen dan maar direct massaal GMO-zaden toestaan? Volgens Wesseler wel. ‘Het is een grote vergissing om deze gewassen niet te gebruiken. Ze zorgen voor een hogere gewasopbrengst en hebben minder insecticiden en pesticiden nodig omdat ze resistent zijn tegen specifieke plagen. Het gebruik van genetisch gemodificeerde zaden is een oplossing die voorhanden is en die na een mislukte oogst gebruikt kan worden om ondervoeding te voorkomen. Jezelf buitensluiten van GM-ontwikkelingen in de landbouw is niet verstandig. Als er dan iets misgaat tijdens een oogst, zijn er weinig opties over om de bevolking toch te voorzien van genoeg voedsel.’
Bron: Resource Wageningen UR


