De diervoedersector moet de CO2-uitstoot fors verlagen en er moeten veel meer reststromen worden gebruikt. Dat zijn enkele conclusies die Piet Adema trekt in zijn brief aan de Tweede Kamer over duurzame diervoederproductie. Hij beschrijft onder meer de doelen die hij met de diervoedersector heeft besproken in het proces van het Landbouwakkoord.
Doelen uit Landbouwakkoord
De inzet is om CO2-emmissiereducties van meer dan 30% in 2030 (ten opzichte van 2018) te realiseren en het vergroten van het gebruik van grondstoffen die niet in concurrentie zijn met humane voedingsmiddelen, de zogenaamde reststromen. ‘We streven naar 70% van deze reststromen inclusief bijproducten voor veevoeder in 2030. In de komende jaren zal ook sprake zijn van een sterke heroriëntatie op het gebruik van grondstoffen met een Europese herkomst (minstens 80% in 2030).’
‘Echte reststromen’
Hierbij vindt Adema het belangrijk om onderscheid te maken tussen ‘echte’ reststromen (laagwaardige diervoedergrondstoffen die vrijkomen bij de productie van een ander product) en diervoedergrondstoffen die vrijkomen uit een productieproces waarvan het diervoedercomponent de economische drijfveer is voor het productieproces. Hij noemt hierbij sojaschroot als voorbeeld.
Adema benadrukt dat de beschikbaarheid van reststromen verandert, doordat ook bijvoorbeeld de energie- en bouwsector steeds meer reststromen gebruiken. Hij wil de beschikbaarheid en toepassing van reststromen gaan verkennen en ‘beoordelen of er bijvoorbeeld sturend beleid moet worden ingericht.’
Grondstoffen uit Europa
Adema zou graag zien dat meer grondstoffen voor diervoer van Europese herkomst zijn. ‘Maar het is goed om te realiseren dat het overgrote deel van de grondstoffen voor diervoeders op dit moment al afkomstig zijn uit geografisch Europa en een deel daarvan ook uit Nederland. Zeker wanneer wordt gekeken naar het volledige rantsoen van voedselproducerende dieren.’
Broeikasgassen
Een groot deel van de broeikasgassen in de veehouderij ontstaat in de pens van de koe, maar ook in de keten voorafgaand aan de veehouder ontstaan broeikasgassen. Hij stelt vast dat steeds meer bedrijven bezig zijn met het berekenen van de carbon footprint van hun geproduceerde producten. ‘Door de carbon footprint inzichtelijk te maken is het eenvoudiger om te kiezen voor bijvoorbeeld een diervoeder met een lagere carbon footprint en zal dit bedrijven stimuleren de carbon footprint te verlagen.’
Project Duurzaam Diervoeder
Binnen het project Duurzaam Diervoeder zijn stappen gezet. Het proces over het vaststellen van de doelen loopt volgens Adema echter moeizaam. ‘Dit blijkt onder andere uit het feit dat de planning om nog voor het einde van 2023 met doelen te komen niet is gehaald. Ik dring erop aan dat de diervoedersector op korte termijn daad bij woord voegt. […] Ik roep daarom de diervoedersector en de ketenpartijen op om de doelen over waar ze in 2030 willen staan publiekelijk uit te spreken. Ook verwacht ik van de partijen dat zij deze ambities verwerken in een concreet plan van aanpak om deze doelen te behalen en de voortgang inzichtelijk te maken.
Piet Adema is in gesprek met WECR om de resultaten van dit project en zijn eerder gestelde ambities onafhankelijk te laten beoordelen, zodat de doelen voor het verduurzamen van diervoer haalbaar én ambitieus zijn. Ook wil hij zich ervoor inzetten dat de data in het nog te realiseren dashboard transparant en onafhankelijk getoetst zal worden, ‘zodat het dashboard van de diervoedersector een betrouwbare bron van informatie wordt.’
Eiwithoudende grondstoffen uit Europa
Piet Adema heeft WUR gevraagd te onderzoeken hoe veevoederbedrijven gestimuleerd kunnen worden om meer
eiwithoudende grondstoffen uit Europa te benutten. Volgens het rapport kan de soja-import van buiten de EU, met de ontwikkelingen van Europese alternatieven, gedeeltelijk vervangen worden. Maar deze import zal niet verdwijnen.
Het rapport geeft een overzicht van verschillende manieren om vanuit de overheid het gebruik van Europese eiwithoudende grondstoffen te vergroten. De belangrijkste:
- Het formuleren van doelstellingen omtrent de herkomst van eiwitrijke grondstoffen in Nederlands diervoeder, via wetgeving of vrijwillige afspraken.
- Gebruik van reststromen en teelt van eiwitrijke gewassen stimuleren middels financiële prikkels.
- Verruiming van wet- en regelgeving, zodat nog niet toegestane alternatieve eiwitbronnen benut kunnen worden (bijvoorbeeld de toepassing van keukenafval (swill) als grondstof voor veevoer).
- Inzetten op internationale eisen voor import van duurzaam gecertificeerde soja om zo ontbossing tegen te gaan.
Monitoring
Aanvullend op de Duurzaam Diervoeder Monitor van Nevedi wil Adema zich op verdere monitoring richten. Een voorbeeld daarvan is het voortzetten van de uitgevoerde studie van Wageningen Livestock Research naar de herkomst van diervoedergrondstoffen, om zo de ontwikkelingen te kunnen volgen.
De CSDR-regelgeving (Corporate Sustainability Reporting Directive) zal ook bijdragen aan meer transparantie en betere kwaliteit van duurzaamheidsdata, verwacht Adema.
Voor wat betreft het reststromengebruik wil hij een marktverkenning doen om inzage te krijgen in het aanbod van reststromen en de toepassing ervan.
Europa
Adema ziet graag dat er EU-geharmoniseerde ambities komen voor het verduurzamen van diervoeder. ‘Dat kan bijvoorbeeld via sturende wetgeving of regelingen om het bedrijfsleven te stimuleren duurzame keuzes te maken. Maar ook inzet op voldoende beschikbaarheid van reststromen voor diervoeder door bredere toelating van deze grondstoffen en het ontmoedigen van conflicterende toepassingen zoals energieproductie, zodat restromen veilig en optimaal ingezet kunnen worden.’
Insecten
Insecteneiwit wordt nog niet veel gebruikt door de diervoederindustrie omdat de huidige productie plaatsvindt op substraten (insectenvoeders) die ook direct als veevoer ingezet kunnen en mogen worden. De kostprijs is daarmee nog te hoog om dit type eiwit op grote schaal toe te passen. In publiek-privaat onderzoek wordt momenteel gekeken naar het veilig verwerken en benutten van nog niet toegestane organische reststromen voor insectenkweek. ‘Indien de
onderzoeksresultaten de veiligheid en effectiviteit van dergelijke reststromen als substraat aantonen, worden de bevindingen benut om in te zetten op versoepeling van Europese wetgeving.’
Stikstofreductie via voer
Met de melkveehouderij zijn afspraken gemaakt om stikstofuitstoot te reduceren via aanpassingen van het veevoer. De afspraak is om op sectorniveau te streven naar een maximaal ruweiwitgehalte van 160 gram ruweiwit per kilogram droge stof. Uit diverse pilots blijkt dat in sommige gevallen lagere waardes (maximaal ruweiwitgehalte van 155 gram) ook haalbaar zijn. Met de partijen uit de sector is in 2021 afgesproken om te trachten in 2024 te komen tot afspraken over een nieuw, lager streefdoel voor het RE-gehalte in het melkveevoerrantsoen op sectorniveau, te realiseren in 2030.
Piet Adema: ‘Actie in mengvoersector’
Adema verwacht dat de diervoedersector op korte termijn concrete stappen zet om diervoeder verder te verduurzamen. ‘Ik verwacht dat daarmee beweging ontstaat in het op de Nederlandse markt brengen van steeds duurzamer diervoeder en dat deze voortgang transparant inzichtelijk wordt gemaakt via het Dashboard Duurzaam Diervoeder van Nevedi. Aanvullend zet ik me in op EU-geharmoniseerde ambities voor het verduurzamen van diervoeder en, waar nodig, op aanvullende monitoring’, besluit hij.


