Als pas gespeende biggen gebruikmaken van de ervaring van hun moeder, leren ze sneller vast voer eten en zijn ze minder gestrest. Ook een speels hok helpt bij het beter leren eten van de biggen. Dat is de conclusie uit een STW-onderzoek van Marije Oostindjer.
Onvoldoende eten
Pas gespeende biggen in de varkenshouderij eten vaak onvoldoende en zijn gestrest. Veel biggen zijn nog afhankelijk van moedermelk als ze worden gespeend en hebben weinig ervaring met de opname van vast voedsel. Het voer dat na het spenen wordt aangeboden, laten biggen dan ook vaak staan, soms zelfs dagenlang, met gezondheids- en welzijnsproblemen als gevolg.
Leren van moeder
Marije Oostindjer onderzocht hoe het eetgedrag van biggen kan worden verbeterd. Ze keek onder andere wat biggen leren als ze samen met hun moeder foerageren. Het blijkt dat biggen eerder voer opnemen met een smaak of geur die ze herkennen van de moedermelk of de baarmoeder. Ook zijn biggen minder gestrest als ze een verrijkt hok (met materialen zoals houtkrullen, stro, turf en takken) hebben waar ze spelenderwijs het vaste voer kunnen leren eten. Leren van de moeder en een verrijkt hok resulteerden bovendien in een betere gezondheid, een betere groei en minder gedragsproblemen na het spenen.
Resultaten toegepast
Doel van het project was om de ontwikkeling van voedselopname bij biggen met nieuwe maatregelen te faciliteren en hiermee de problemen rondom spenen te verminderen. De resultaten van het onderzoek worden in de varkenssector al toegepast. In het door Technologiestichting STW gefinancierde project participeerden cofinanciers Lucta S.A., Nutreco B.V., L. Verbakel B.V., de Productschappen voor Vee Vlees en Eieren en het Productschap Diervoeder.
Promotie
Marije Oostindjer deed het onderzoek aan Wageningen University. Op 23 september promoveert zij op het onderzoek.


