Meer duurzame alternatieven voor de import van Zuid-Amerikaanse soja zijn nu nog beperkt aanwezig, maar dat worden er meer in de komende jaren. Dat stelt ABN Amro. Volgens ABN Amro kunnen de veredeling van voedergewassen en innovaties in de productie van (bij)producten, die nu nog deels geschikt zijn voor de verwerking in veevoer, op lange termijn de weg vrij maken voor een vervanging van de Zuid-Amerikaanse soja-invoer. “Vooral de bijproducten van zonnebloemolie, raapzaadolie en bio-ethanol uit mais en tarwe leveren hieraan nu al een belangrijke bijdrage. Om uiteindelijk te komen tot een maximale vervanging, is het nodig te kijken naar een mix van alternatieven”, dat concludeert ABN AMRO in het rapport ‘Alternatieven voor de Zuid-Amerikaanse soja-import: de kansen en beperkingen’.
Alternatieven
ABN AMRO verwacht dat door innovatie van verwerkingsprocessen en vooral de veredeling van eiwitrijke gewassen het aantal alternatieven voor importsoja kan groeien. “Wij sluiten niet uit dat op termijn volledige vervanging in beeld komt en een mix van alternatieven kan worden ingezet”, stelt Wilbert Hilkens, Sector Manager Dierlijke Productie van ABN AMRO. Volgens de bank kunnen bestaande voedergewassen, zoals Europese soja en erwten, door veredeling aantrekkelijker worden. Zo stellen zij dat voor de productie van (bij)producten innovaties nodig zijn om de producten te verbeteren. Dat geldt bijvoorbeeld voor restproducten uit oliewinning uit raapzaad en zonnepitten. “Beide producten zijn eiwitrijk en economisch interessant. De verwerking kan echter worden verbeterd, zodat een product ontstaat met een hoger eiwitgehalte en/of betere verteerbaarheid. Verder is de teelt van soja, erwten, bonen, lupinen en gras in de Europese akkerbouw een mogelijkheid. Dat geldt ook voor teelt van eendenkroos, algen, wier en insecten buiten de reguliere akkerbouw.” Maar volgens Hilkens is hiervoor wel een verbetering van (drogings)technologie nodig of een verandering in de manier waarop wordt gevoerd.
Verschillende oplossingen
“Om de behoefte aan Zuid-Amerikaanse soja te vervangen, zijn dus verschillende oplossingen mogelijk, zoals het verhogen van het eiwitgehalte in bestaande gewassen die in veevoer worden gebruikt. Dit geldt ook voor het verhogen van de robuustheid van de teelt van deze gewassen. Op dit moment is de eiwitwinning uit zonnepitten, raapzaad, tarwe en maïs het meest kansrijk. Deze producten worden nu al gebruikt in veevoer in veel diercategorieën”, weet Hilkens. “De andere alternatieven zullen vooral in combinatie met elkaar moeten worden gebruikt om een stap verder te komen. Door onderzoek en veredeling kan het aandeel hiervan worden vergroot en de soja-import uit Zuid-Amerika op den duur vervangen.”


