Opleggewicht bepaalt vatbaarheid

Uit recent onderzoek op de Vlierbos, het vleesvarkens-onderzoeksbedrijf van De Heus, naar de relatie tussen salmonella en de groei van vleesvarkens, bleek dat de zwaarst opgelegde biggen het minst gevoelig waren voor de infectie en een betere groei lieten zien.

Zwaardere biggen

De mate van salmonellabesmetting wordt bepaald aan de hand van het Optical Density-percentage (titer). Dit percentage geeft de hoeveelheid antistoffen tegen salmonella in het bloed weer. In het onderzoek hadden bijna alle biggen bij opleg een titer die lager was dan 10 en waren daarmee negatief. Daarna volgde een snelle stijging. Biggen met een opleggewicht onder de 20 kg hadden 5 weken na opleg een titer van 61, terwijl zwaardere biggen slechts op een titer van 23 uitkwamen. Steeds meer slachterijen vragen om lage salmonella-titers.

Betere groei bij minder salmonella

Biggen met een beperkte titerstijging lieten een betere groei zien. Dieren waarbij de titerstijging beperkt bleef tot maximaal 60, groeiden in het traject tussen 10 en 25 weken oud maar liefst 64 gram meer dan biggen met een hogere titerstijging. Dit toont volgens De Heus aan de het bestrijden van salmonella kan bijdragen aan betere technische resultaten. De gegevens zijn gepresenteerd op het IPVS congres 2016 in Dublin, het tweejaarlijkse wereldcongres voor varkensdierenartsen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Mis geen enkel nieuws uit de diervoederindustrie