Het Bureau Risicobeoordeling & onderzoeksprogrammering (BuRO) van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) adviseert om de tolerantiegrens van de ontwormingsmiddelen flubendazol en ivermectine in diervoer te verlagen van 5% naar 2,5%.
Versleping
Flubendazol en ivermectine worden in de landbouwsector vaak toegediend via gemedicineerd diervoer. Bij de productie hiervan treedt versleping op omdat er restanten van de medicijnen achterblijven in de productielijn en zo onbedoeld in het gewone diervoer terechtkomen. Dieren die dit voer eten, worden dan blootgesteld aan lage concentraties flubendazol of ivermectine.
Risico’s omlaag
Door tolerantiegrens van restanten flubendazol en ivermectine in diervoeder te verlagen, is het risico dat het medicijn wordt aangetroffen in consumptievlees lager. Ook vermindert dit het risico op resistentie tegen de betreffende geneesmiddelen.
Limiet voor restanten antibiotica
In 2010 heeft de NVWA op basis van een advies van BuRO een tolerantiegrens ingesteld van 2,5% voor residuen van antibiotica die via versleping in diervoeder kunnen voorkomen. De voortdurende toename van resistentie van bacteriën tegen antibiotica vormt een bedreiging voor de volks- en diergezondheid, omdat de behandeling van infectieziekten lastiger wordt.


