In de publieke opinie is de productie van veevoer de belangrijkste reden voor het kappen van
regenwoud. De toenemende welvaart en daardoor grotere consumptie van dierlijke eiwitten draagt daar zeker aan bij. In die discussie wordt de oppervlakte landbouwgrond om onze gezelschapsdieren van voedsel te voorzien, onterecht genegeerd. Dat schrijft Piet van der Aar in het STAF-blad van juni 2024. NVG geeft echter enkele kritische kanttekeningen bij het artikel.
Hoeveel land nodig voor honden, katten en paarden?
In de discussie over landgebruik voor diervoeders worden gezelschapsdieren vaak niet genoemd, stelt Van der Aar in het artikel. De Wageningse onderzoekers Leenstra en Vellinga berekenden (in 2011) hoeveel land nodig is voor de voeding van honden, katten en paarden in Nederland. De hoeveelheid voer is afhankelijk van het ras, het gewicht en de leeftijd van de dieren. Honden, maar vooral katten hebben een hoge eiwitbehoefte. Hun voer bestaat voor een belangrijk deel uit dierlijke eiwitten. Daardoor hebben deze dieren ondanks hun lage gewicht een relatief hoge landbehoefte. Paarden daarentegen kunnen volstaan met een volledig plantaardig rantsoen, staat in het STAF-artikel.

De onderzoekers berekenden een landbehoefte voor een kat van ca. 1.000 m2, voor een hond gemiddeld 2.000 m2 en voor een paard 3.400 m2. Het aantal huisdieren in Nederland wordt in 2023 geschat op 3,1 miljoen katten, 1,8 miljoen honden en 450 duizend paarden. Voor deze diercategorieën is in totaal zo’n 840.000 ha grond nodig voor hun voeding. Dat is bijna de helft van de oppervlakte van de agrarische grond in ons land, concludeert Van der Aar.
Nuancering vanuit NVG
NVG geeft aan dat het artikel enige nuancering vereist. Zo zijn de uitkomsten gebaseerd op onderzoek uit 2011. De petfoodindustrie is volgens NVG sindsdien sterk veranderd. “Er is meer aandacht voor circulariteit en er wordt steeds meer bekend over nieuwe grondstoffen”, aldus Debby van Son van NVG. Bovendien wordt in het onderzoek uitgegaan van de ‘maximale’ footprint: de footprint van de grondstoffen wordt volledig toebedeeld aan het gebruik in petfood. “Dat is onjuist, aangezien er vooral sprake is van bijproducten die anders niet worden verwerkt in humane voedingsmiddelen.”
Daarnaast stelt NVG dat de resultaten zijn vertaald naar Nederlands grondgebied, terwijl een groot deel van de grondstoffen afkomstig is uit het buitenland. Van Son: “Toch wordt de suggestie gewekt dat bijna de helft van ‘onze’ landbouwgrond’ nodig is voor het voeden van deze huisdieren.”
Als laatste vindt NVG het jammer dat het STAF-artikel niet ingaat op de toegevoegde waarde van huisdieren. “De voordelen voor de gezondheid en de therapeutische voordelen zijn inmiddels wetenschappelijk bewezen.”


