Vanaf september 2015 gaat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) verder met het controleren van dierenartsenpraktijken voor gezelschapsdieren. Bij deze inspecties kijkt de NVWA of dierenartsen alle zorgvuldigheidseisen bij het voorschrijven en het gebruik van antibiotica in acht nemen.
Derdekeusmiddelen
Sinds 2014 is de focus voor reductie van het gebruik van derde keus antibiotica uitgebreid van de gemonitorde sectoren (varkenshouderij, pluimveehouderij, kalverhouderij, melkveehouderij) naar onder andere de gezelschapsdierensector. De NVWA heeft daarom in de periode november 2014 – februari 2015 ook al inspecties uitgevoerd bij dierenartsenpraktijken voor gezelschapsdieren. Toen bleek dat een aantal dierenartsen regelmatig zogeheten derdekeusmiddelen inzet, zonder dat vooraf met een gevoeligheidsbepaling is aangetoond dat andere antibiotica niet werken.
Geen alternatieven
Het kan voorkomen dat vanwege diergeneeskundige noodzaak onmiddellijke toepassing van een diergeneesmiddel noodzakelijk is, of dat het uitvoeren van een gevoeligheidsbepaling niet mogelijk is. Voorwaarde voor het gebruik van een derdekeuze-antibioticum is dan dat voor de gestelde diagnose geen alternatieve behandeling mogelijk is. Verder dient de dierenarts aan te kunnen tonen waarom er van de verplichte gevoeligheidsbepaling is afgeweken.
Een reden voor afwijken is dat een behandeling niet kan worden uitgesteld. Wel moet er dan alsnog een gevoeligheidsbepaling worden uitgevoerd en dient de therapie, afhankelijk van de uitslag, te worden bijgesteld. Een andere reden voor afwijken is dat het niet mogelijk is een kiem te isoleren. Redenen als toepassingsgemak en prijs zijn geen grond om af te zien van een gevoeligheidsbepaling.
Bron: KNMvD


