De mix maakt het verschil bij verlagen ruw eiwit

Melkveebedrijven kunnen het ruw eiwitgehalte (RE) in het rantsoen verlagen door meer maïs, minder eiwitrijk graskuil en krachtvoer met lagere RE-waarden te voeren. Dat blijkt uit resultaten van het project Koe en Eiwit, dat tussen 2022 en 2025 werkt aan een maximale norm van 155 gram RE per kilo droge stof voor melkvee en jongvee.

Uit de analyse van vier groepen bedrijven blijkt dat vooral de groepen die deze norm halen, gericht sturen op rantsoensamenstelling. Bedrijven die boven de 160 RE/kg ds blijven, voeren juist meer graskuil met hogere eiwitwaarden en compenseren dat onvoldoende via krachtvoer.

Sterkere daling dan landelijk

De cijfers laten zien dat het gemiddelde RE-gehalte al daalde in 2020 en 2021. Vanaf 2022, het startjaar van de projectbegeleiding, daalde het RE-gehalte bij deelnemers sterker dan landelijk. Opvallend is dat melkproductie, weidegang en intensiteit nauwelijks verschillen tussen de groepen, terwijl de hoog-groep gemiddeld meer koeien en hectares heeft.

Rantsoenen verschillen

De rantsoenen verschillen echter duidelijk. Bedrijven die structureel laag scoren voeren meer maïs, niet te eiwitrijke graskuil en krachtvoer. De groep die in 2024 de doelstelling haalde, realiseerde de grootste daling van het RE-gehalte vooral door gericht te sturen op de kwaliteit van graskuil en krachtvoer. De hoog-groep voert juist steeds meer graskuil en krachtvoer, waardoor het totale RE boven de norm blijft.

Lager RE-gehalte is haalbaar

De resultaten tonen aan dat een lager RE-gehalte haalbaar is zonder verlies aan productie, mits gericht wordt gestuurd op de juiste voermix.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Mis geen enkel nieuws uit de diervoederindustrie