In de afgelopen weken werd de prijs op de graanmarkt (mais, tarwe, sojabonen) bepaald door een aantal factoren. Schommelingen in valutakoersen (met name de Amerikaanse dollar en de Braziliaanse real), de overwegend gunstige weersomstandigheden en moeilijkheden met transport door stakingen in Brazilië waren de factoren die het voor het zeggen hadden. De komende weken zal de prijs meer richting krijgen door nieuwe productie- en consumptiecijfers over 2015/2016. Hierdoor zal de focus voor de komende maanden terugkeren op de fundamenten die de prijs bepalen, namelijk vraag en aanbod.
Opleving en daling
Eind 2014 was er nog een opleving te zien in de tarweprijs. Deze werd met name ingegeven door het gemengde gevoel ten aanzien van de USDA-rapportages. Hierbij werd het beeld enerzijds door de voorraadgroei bepaald, maar anderzijds werd het beeld door minder ingeplande oppervlakte enigszins verstoord. Inmiddels zijn de tarweprijzen in de afgelopen weken weer met 7% gedaald tot de laagste niveaus sinds 2010, maar lijkt de rust op de markt te zijn teruggekeerd.
Vraag naar producten in euro’s
Tarweprijzen bewegen zich redelijk in dezelfde richting als de ontwikkelingen van de euro/dollarkoers. Dit heeft tevens impact gehad op de Europese graanprijzen (in EUR). De prijzen op de Matif (Parijse beurs) zijn licht toegenomen door meer vraag naar producten in euro’s. Dit drukt de prijzen weergegeven in Amerikaanse dollars nog verder. Alhoewel recentelijk wel een belangrijke Egyptische order is geplaatst voor de aankoop van Amerikaanse tarwe, waardoor de prijsval in dollars tijdelijk tot stilstand was gekomen.
Zwarte Zee-gebied
De prijs op de graanmarkt wordt ook nog altijd beïnvloed door zwakkere valuta’s en problemen met producten in de graanregio rondom het Zwarte Zee-gebied. Met name Oekraïne en Rusland zorgen hier voor het nieuws, zoals bijvoorbeeld de Russische exportbelemmeringen welke zorgen voor een licht opwaarts potentieel in de tarwe- en maisprijzen.
Waar de korte-termijn prijsbeïnvloeders met name de grillen op de spotmarkt beïnvloeden, wordt de onderliggende trendprijs nog altijd bepaald door de hoge productiecijfers, resulterende in forse wereldvoorraden.
Wereldvoorraad granen blijft op hoog niveau
Zowel het Amerikaanse ministerie voor landbouw (USDA) alsmede het International Grains Council (IGC) zijn onlangs naar buiten gekomen met de eerste productieverwachtingen voor granen in 2015/2016. Beide instanties komen met een verlaging van het productieareaal voor tarwe en mais, maar ondanks deze productiedaling is het nog altijd een top 3-notering waard in de grootste productie allertijden. Hierdoor is het effect op de prijs, in combinatie met de fors opgebouwde voorraden in de afgelopen jaren, verwaarloosbaar.
Maisproductie daalt
De eerste productievoorspellingen van het IGC voor 2015/2016 laten een daling zien van 5% j-o-j tot een totale hoeveelheid van 938Mt. Hiermee ligt de verwachte productiehoeveelheid mais 54Mt lager dan in het recordjaar 2014/2015. Maar met een productieverwachting welke ruim 8% hoger ligt dan het 10jaars gemiddelde wordt nog altijd de derde grootste productie in de geschiedenis verwacht. Gelijktijdig wordt verwacht dat de consumptie nauwelijks wijzigt. Een licht toenemende vraag naar mais als voedingsgrondstof compenseert hierin de lichte daling in mais als grondstof voor diervoeding. Hiermee is de verwachting dat de voorraden op het hoge niveau blijven, waardoor de prijs niet veel beweging zal laten zien, doordat dit al in de prijs is verwerkt.
Productiedaling tarwe
Net als bij mais, is ook voor tarwe de productieverwachting voor 2015/2016 licht lager dan in het lopende seizoen. De totale productie komt naar verwachting 2% lager uit op 705Mt. Dit is 12Mt lager dan in het afgelopen recordjaar. De tarweproductie ligt nog altijd wel ruim boven het meerjarig gemiddelde. Doordat de consumptie licht stijgt tot een hoeveelheid van 710Mt, blijven de wereldvoorraden op een relatief hoog niveau. De wereldvoorraad voor tarwe wordt begroot op 192Mt aan het einde van 2015/2016. Dit is 5Mt lager ten opzichte van de eindvoorraad in 2014/2015. Hierdoor is echter nog steeds voldoende buffer aanwezig in de markt, waardoor de prijzen hun huidige lage niveau zullen handhaven. De lichte consumptiestijging voor tarwe heeft te maken met meer vraag naar kwalitatief voedsel, waarvoor tarwe als belangrijke grondstof dient. Ook bij tarwe zal de vraag naar diervoeding afnemen. Met name in Europa, Australië, Canada en in de voormalige Sovjet-Unie landen neemt de vraag naar diervoeders af. Doordat gelijktijdig de vraag naar menselijk voedsel licht stijgt, zullen de voorraden niet verder toenemen. Deze blijven echter wel op een relatief hoog niveau, waardoor de prijs voor tarwe zoals gezegd laag zal blijven. Ook consumenten kunnen hiervan meeprofiteren door een mogelijke daling van de voedselprijzen.
Bron: ABN Amro


