De Nederlandse diervoederindustrie gebruikt meer dan 300 verschillende soorten grondstoffen voor de productie van diervoeder, laat Nevedi weten naar aanleiding van het rapport van Milieudefensie. “In tegenstelling tot wat soms wordt gedacht, komt ruim driekwart van deze grondstoffen uit ons eigen land en de Europese landen om ons heen. Slechts een kwart komt uit landen buiten Europa.”
Milieudefensie heeft een rapport gepubliceerd over het percentage regionaal eiwit in het Nederlands mengvoederrantsoen. Het beeld dat Milieudefensie schetst is echter onvolledig, aldus Nevedi.
Europese grondstoffen
Vrijwel alle granen (onder andere mais, tarwe, gerst) en coproducten uit de levensmiddelenindustrie zijn uit Europa afkomstig. Van de eiwitrijke grondstoffen (>157g eiwit per kg grondstof) heeft 61% een Europese herkomst. Als daaraan de eiwitten uit ruwvoer en gras aan worden toegevoegd loopt het percentage op tot 70%. “Deelnemers aan het Verbond van den Bosch hebben gesteld dat in 2020 dit minimaal 50% moet zijn. De Nederlandse diervoederindustrie is dit punt dus al ver gepasseerd”, aldus Nevedi. Bij de import van de grondstoffen van buiten Europa (sojabonen, sojaschroot en palmolieproducten) wordt ook ingezet op duurzaamheid. Deze grondstoffen worden onder een gegarandeerd duurzaamheidniveau aangekocht door de Nederlandse diervoederindustrie. Soja volgens de FEFAC Soy Sourcing Guidelines en palmolie volgens de regels van de Roundtable on Sustainable Palm Oil (RSPO).
Aandeel coproducten
De Nederlandse diervoederindustrie zet zich ook in voor de ontwikkeling van alternatieve grondstoffen, laat Nevedi weten. De afgelopen decennia is het gebruik van coproducten uit de levensmiddelen- en bio-ethanolindustrie bezig aan een enorme opmars. Inmiddels gaat het om circa 9,7 miljoen ton. Voorbeelden hiervan zijn gries, bierbostel, tarwegistconcentraat en DDGS. Ook voormalige voedingsmiddelen als koekjes, brood en snoeprepen vinden hun weg naar de diervoederindustrie. Het aandeel coproducten in diervoeder loopt op tot twee derde van de gebruikte grondstoffen, afhankelijk van voedertype en diersoort. “Deze grondstoffen krijgen in de diervoederketen een hoogwaardige bestemming en door het gebruik van deze grondstoffen draagt de diervoederindustrie actief bij aan het sluiten van kringlopen en daarmee aan een circulaire economie”, aldus Nevedi.



Blijft alsnog de vraag hoe het kan dat de import van soja van oa Zuid Amerika vorig jaar stijgde met 15%? Hadden we daarvoor een nog groter aandeel van regionale eiwitrijke voeders?