Insectenkweek efficiënter, verdienmodel toch moeizaam

Insectenkweek voor toepassing in producten voor de petfood-, aquacultuur- en diervoedersector staat in de belangstelling. Dat komt onder andere door de vraag naar alternatieve eiwitbronnen, mede door het belang van duurzaamheid, circulariteit en de ecologische voetafdruk van veevoerketens. Toch blijft geld verdienen lastig.

Wereldwijd richten een paar grote concerns zich op de insectenkweek, naast kleinere, lokale initiatieven. Het Nederlandse Protix behoort tot de pioniers en is één van de grootste producenten. De fabriek in Bergen op Zoom draait sinds 2019 en de capaciteit is nagenoeg benut.

De afgelopen jaren is het proces steeds verder geoptimaliseerd, aldus locatiemanager Christian Sijbinga. “In grote lijnen gaat de insectenkweek en de verwerking op dezelfde manier als bij andere bedrijven. Maar we hebben een aantal eigen innovaties die het proces verbeterd hebben.” Dat is ook de reden dat fotograferen in de fabriek slechts beperkt is toegestaan.

Dit artikel is tijdelijk gratis te lezen. Wilt u altijd toegang tot alle premium-artikelen of het magazine 14 keer per jaar ontvangen? Kijk dan welk abonnement van De Molenaar het beste past.

Insectenkweek: prijs bepaalt inkoop

Protix weet de productie van larven steeds efficiënter op te schalen tot eiwit- en vetrijke grondstoffen voor diervoeding. Toch blijft geld verdienen lastig, nu afnemers minder waarde hechten aan duurzaamheid en vooral op prijs inkopen. Om goedkoper te kunnen produceren wil het bedrijf uitbreiden in Azië.

Naast het proces zelf zijn de vliegengeneraties steeds verbeterd (zie kader Productieproces kent vier stappen). Belangrijk was ook het optimum zoeken van de hoeveelheid en samenstelling van benodigde grondstoffen waarop de larven groeien, naast de ideale temperatuur en luchtvochtigheid.

Sijbinga heeft cijfers die zeker mensen uit de veehouderij tot de verbeelding spreken. “Het lukt ons nu om van 18 kilo eieren 40 ton larven te maken. Een larve wordt in tien dagen tijd 1.000 keer zwaarder.”

Insectenkweek
De fabriek van Protix in Bergen op Zoom draait sinds 2019. De capaciteit is nagenoeg benut. Foto’s: Protix

Verdienmodel insectenkweek blijft uitdagend

Hoewel het productieproces volgens het bedrijf technisch goed onder controle is, blijft het verdienmodel uitdagend. Dat geldt breder voor de sector, waarin meerdere bedrijven met schaal- en kostendruk te maken hebben. Zo ging eind vorig jaar de Franse insectenkweker Ynsect failliet.

Protix-directeur Maiko van der Meer heeft wel een beeld wat er mis is gegaan. “Voor een efficiënte productie is schaal nodig, maar Ynsect had een veel te grote capaciteit voor de werkelijke productie”, stelt hij. Daardoor hadden ze te maken met structureel te hoge kosten.

Ook wijst hij op verschillen in diersoorten die worden gekweekt. Volgens Van der Meer zijn bepaalde insectensoorten economisch minder geschikt voor industriële productie dan de zwarte soldaatvlieg die Protix gebruikt.

Van der Meer loopt er niet voor weg dat rendement maken ook voor Protix een uitdaging is. Een belangrijke reden is dat producten van Protix in de algemene markt worden afgezet. Dat betekent dat er altijd concurrentie is met andere eiwit- en vetbronnen, ook met grondstoffen die goedkoper zijn om te produceren.

“Tot voor kort konden we ons onderscheiden met duurzaamheidskenmerken. Maar de laatste tijd telt dat veel minder en wordt vooral naar de prijs gekeken.” Daarbij komt dat de markt specifieke positieve kenmerken van de insectenproducten volgens Van der Meer niet op voldoende waarde schat.

Duurzaamheid terugkerend discussiepunt

Overigens is de duurzaamheid van insectenkweek een terugkerend discussiepunt, zoals ook in het decembernummer van De Molenaar werd geanalyseerd. Kritische reviews stellen dat veel studies kleinschalig zijn en geen goed beeld geven van industriële opschaling, terwijl aannames over het gebruik van reststromen en de inzet van frass als meststof nog onzeker zijn. Dat is het restproduct bestaande uit uitwerpselen, vervellingshuidjes en voerresten. Verder is de rol van energieverbruik en de keuze van substraten cruciaal voor de totale milieu-impact.

Protix behoort tot de pioniers en is inmiddels een van de grootste producenten van grondstoffen op basis van insecten.

Daartegenover laten LCA-analyses van industriële producenten zien dat insecteningrediënten onder gecontroleerde omstandigheden, met efficiënte verwerking, geschikte reststromen en hernieuwbare energie, juist een relatief lage ecologische voetafdruk kunnen hebben vergeleken met soja-, vis- en pluimvee-eiwitten. Het verschil zit daarmee niet in het principe van insectenkweek zelf, maar in de schaal, inputstromen en energievoorziening van het productiesysteem.

Larvenpuree, eiwitproduct en vetrijk product

Terug naar Protix. Het bedrijf maakt in Bergen op Zoom drie producten. De eerste is een natte larvenpuree met ongeveer 14 procent eiwit en 12 procent vet bij een drogestof van zo’n 30 procent. Het goed verteerbare product bevat een breed aminozuurprofiel en relatief veel korte en middellange ketenvetzuren.

Het tweede is een eiwitproduct van gedroogd en deels ontvet larvenmeel met zo’n 57 procent eiwit en 14 procent vet. Het is rijk aan essentiële aminozuren, vetzuren en mineralen; goed verteerbaar en geschikt als hoogwaardige eiwitbron. Tot slot is er een vetrijk product, bestaande uit hoofdzakelijk lipiden met een profiel van verzadigde en middellange vetzuren. Dit levert energie en functionele vetzuren; exacte percentages variëren per toepassing.

De afzet naar de diervoederindustrie is nog beperkt, geeft Van der Meer aan. Terwijl producten volgens hem goed passen in rantsoenen voor jonge dieren. “Graag laten we in praktijkproeven zien wat er mogelijk is met onze grondstoffen.” Het gaat volgens hem niet alleen om de waarde die erin zit vanwege duurzaamheid, maar ook om de nutritionele voordelen (zie kader).

Voordelen en knelpunten van insecteneiwit

Insecten, met name larven van de zwarte soldaatvlieg (BSFL), worden al langer onderzocht als duurzaam eiwit in diervoeders voor varkens en pluimvee.

Onderzoek van onder andere Wageningen Livestock Research, Wageningen Food & Biobased Research en Cargill Animal Nutrition and Health laat zien dat insecten niet alleen rijk zijn aan eiwit en vet, maar ook bioactieve stoffen bevatten zoals antimicrobiële peptiden, laurinezuur en chitine. Deze kunnen bijdragen aan een betere darmgezondheid en weerstand bij dieren.

Bij varkens toont onderzoek dat BSFL-producten de groei van ziekteverwekkers remmen. In vitro-studies laten duidelijke antibacteriële effecten zien tegen onder andere E. coli, Staphylococcus aureus en Clostridium perfringens. Hoewel exacte reductiepercentages nog in vivo bevestigd moeten worden, wijzen proeven op een mogelijk lagere kans op diarree en stabielere darmgezondheid.

Bij pluimvee zijn in voerproeven met tot 10 procent BSFL-meel verbeteringen gezien in prestaties. In een studie met duizend vleeskuikens bleef de voerefficiëntie tijdens een infectie-uitdaging stabiel, terwijl deze in de controlegroep verslechterde. Bij 10 procent insectenmeel werd bovendien een hogere borstvleesopbrengst gemeten. Onder hittestress (tot 4 procent insectenolie en 10 procent eiwit) werden echter geen duidelijke extra prestatieverbeteringen gevonden.

Daartegenover noemen onderzoekers ook beperkingen. De kostprijs van insectenproducten blijft hoog, opschaling is complex en regelgeving rond toegestane substraten beperkt de productie. Daarnaast kan maatschappelijke weerstand de marktontwikkeling beperken.

Benutten van nieuwe interessante grondstoffen

Om de productiekosten te verlagen, ziet Sijbinga kansen in het benutten van interessante grondstoffen om de larven te voeden. Nu concurreert Protix met afnemers van vochtrijke en droge restproducten uit de voedingsindustrie. Deze worden in achttien silo’s opgeslagen en tot een mix gemaakt van 20 tot 25 procent drogestof. De larven gebruiken dit als voedsel om te groeien.

In totaal wordt jaarlijks zo’n 550.000 ton aan restproducten aangeschaft. “Maar er zijn goede mogelijkheden om stromen die nu nog als afval worden gezien, in te dikken en te gebruiken”, geeft Sijbinga aan. Daarvoor is in veel gevallen wel aanpassing van de wetgeving nodig.

Ook een ander aspect kan bijdragen aan een gunstiger economisch plaatje, namelijk de afzet van frass. Het wordt nu vergist in Nederland en Frankrijk. Dat is jammer, want in de basis is het een organische meststof en bodemverbeteraar voor de akkerbouw. En de uitgestrekte Zeeuwse polders zijn vlakbij, dus transportafstanden kort. Sijbinga: “We hebben veel gesprekken gehad. Maar het is bij partijen in de markt nog te onbekend. En we concurreren qua prijs met de gewone mestafzet.”

Gezien de druk op de mestmarkt wordt momenteel veel geld aan akkerbouwers bijbetaald. Afzet naar de vergister is dan een beter alternatief, ondanks de veel langere transportafstand.

Protix wil uitbreiden in Azië

Een fundamentele keuze om kosten te verlagen en minder afhankelijk te zijn van Europese beperkingen is een geplande uitbreiding in Azië. Op dit moment vinden gesprekken plaats met partijen in Maleisië en Thailand. Juist dat proces in goede banen te leiden is een belangrijke reden waarom Van der Meer vorig jaar als CEO is aangetrokken.

Die regio is een bewuste keuze, geeft hij aan. “Deze landen hebben al een goede samenwerking met de EU en er is een breed netwerk aan bedrijven. En de kosten van productie liggen zeker de helft lager dan hier.” Voordelen zitten onder andere in de gunstige arbeids- en energiekosten. Ook de machines vergen een lagere investering. Met deze uitbreiding verwacht Van der Meer minder kwetsbaar te zijn voor de volatiele markten waarmee ze te maken hebben. Recent kwam daar ook de energiemarkt bij.

Nieuwe fabriek in 2028 operationeel

Het is de bedoeling dat de fabriek in de loop van 2028 operationeel is. Qua omvang zal deze vergelijkbaar zijn met die in Bergen op Zoom. Het bedrijf kan straks van beide locaties de wereldwijde vraag naar insectengrondstoffen invullen. Innovatie en ontwikkeling gebeuren dan vooral in de Nederlandse vestiging. “De kennis en ervaring die we hier hebben opgebouwd, blijft uniek.”

Overigens zou Van der Meer het een goede ontwikkeling vinden als de insectenkweek in het algemeen zou groeien. “Concurrentie is nooit verkeerd. En voor een deel van de potentiële afnemers is onze schaal ook nog te beperkt.”

Productieproces kent vier stappen

  1. De kweek van de zwarte soldaatvlieg (BSF) vindt plaats in de Life Cycle-afdeling met gecontroleerde omstandigheden voor voeding, voortplanting en opkweek. Een vrouwelijke vlieg legt gemiddeld zeshonderd tot achthonderd eitjes.
  2. Volwassen vliegen paren en leggen hun eitjes in speciaal ontwikkelde kooien. De eitjes worden verzameld en onder gecontroleerde omstandigheden geïncubeerd. Na drie tot vier dagen komen de larven uit. Een klein deel van de larven (minder dan één procent) wordt apart gehouden om zich te ontwikkelen tot nieuwe vliegen en zo de populatie in stand te houden.
  3. De larven gaan vervolgens naar de opfokfase (rearing). Daar worden ze in kratten geplaatst op een samengesteld voermengsel van reststromen uit de voedingsindustrie. Onder warme en vochtige (tropische) omstandigheden groeien de larven snel. In deze fase, die doorgaans tien tot veertien dagen duurt, zetten de larven het voer efficiënt om in lichaamsmassa. Uiteindelijk wordt van 18 kilo aan eieren 40 ton larven gemaakt.
  4. Aan het einde van de opfokfase worden de larven gescheiden van het restmateriaal, de frass (een mengsel van uitwerpselen, vervellingshuidjes en voerresten). De larven worden gewassen en in de processing afdeling mechanisch verwerkt tot eindproducten. Via stappen zoals malen, scheiden en drogen ontstaan drie verschillende producten: een puree en een eiwit- en vetstroom voor toepassingen in petfood, aquacultuur en (jong)diervoeding.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Mis geen enkel nieuws uit de diervoederindustrie