De geplande groei van de wereldwijde aquacultuur kan de druk op wilde vis voor de productie van visvoer aanzienlijk vergroten. Dat blijkt uit een nieuwe analyse van de Changing Markets Foundation en de University of British Columbia. Volgens een model kan bij voortzetting van de huidige trends in 2040 jaarlijks tot 34,6 miljoen ton wilde vis worden gebruikt voor voer voor gekweekte vis. Wanneer de groei vooral plaatsvindt bij voerintensieve soorten zoals zalm en garnalen, kan dit oplopen tot 41,4 miljoen ton.
De FAO heeft in zijn wereldwijde roadmap als doel gesteld om de duurzame aquacultuurproductie tussen 2020 en 2040 met minimaal 75 procent te laten groeien. De organisatie ziet aquacultuur als een belangrijke manier om tegemoet te komen aan de groeiende vraag naar aquatische producten en voedselzekerheid.
Het rapport Fishing the Feed onderzoekt wat de gevolgen van die groei kunnen zijn voor het gebruik van wilde vis als grondstof voor visvoer. De onderzoekers modelleren verschillende scenario’s, waarbij onder meer wordt gekeken naar de soorten die in de toekomst worden gekweekt en de hoeveelheid vismeel en visolie die daarvoor nodig is.
34,6 miljoen ton wilde vis
Bij voortzetting van de huidige ontwikkeling zou volgens het model in 2040 jaarlijks tot 34,6 miljoen ton wilde vis kunnen worden gevangen voor gebruik in aquafeed. Als de groei vooral wordt gedragen door soorten met een hoge voerbehoefte, zoals zalm en garnalen, kan de vraag volgens het rapport oplopen tot 41,4 miljoen ton. Dat komt overeen met 46 procent van de wereldwijde wilde visvangst in 2020.
De onderzoekers benadrukken dat deze ontwikkeling niet onvermijdelijk is. De FAO heeft niet vastgelegd welke soorten en productiesystemen de groei van 75 procent moeten realiseren. Volgens Changing Markets kan de extra vraag naar wilde vis aanzienlijk lager blijven wanneer de groei sterker wordt gericht op soorten die minder afhankelijk zijn van vismeel en visolie. Ook een verdere verlaging van het gebruik van deze mariene grondstoffen in voeders kan daarbij een rol spelen.
Duurzame waarborgen verdwenen
Het rapport stelt daarnaast dat bij verschillende versies van de FAO-richtlijnen voor duurzame aquacultuur waarborgen rond voeding en voedselzekerheid zijn gewijzigd of verdwenen. Changing Markets pleit daarom voor aanvullende waarborgen die ervoor zorgen dat eetbare wilde vis zoveel mogelijk beschikbaar blijft voor menselijke consumptie.
De FAO plaatst kanttekeningen bij de conclusies. De organisatie erkent dat een sterke groei van voederintensieve soorten de druk op wilde vis kan vergroten, maar benadrukt dat de groeidoelstelling niet uitgaat van een evenredige toename van het gebruik van wilde vis voor voer. Volgens de FAO laat historische ontwikkeling bovendien zien dat groei van aquacultuur niet automatisch leidt tot een evenredige groei van het gebruik van wilde vis als voergrondstof.
De discussie maakt daarmee duidelijk dat de toekomstige groei van aquacultuur niet alleen een kwestie van productievolume is. Ook de keuze voor soorten, productiesystemen en de samenstelling van aquafeed bepaalt hoeveel druk op mariene grondstoffen ontstaat.


