Uit de recente World Mycotoxin Survey van dsm-firmenich blijkt dat 85 procent van de onderzochte voer- en grondstofmonsters meerdere mycotoxinen bevat. Vooral fumonisinen, B-trichothecenen en zearalenon komen veel voor. Volgens de onderzoekers onderstreept dit het belang van brede monitoring en risicobeheersing.
Voor de eerste helft van 2026 analyseerde dsm-firmenich 10.410 monsters uit 78 landen, goed voor ruim 59.000 analyses. Daaruit blijkt dat co-contaminatie – het gelijktijdig voorkomen van meerdere mycotoxinen – eerder regel dan uitzondering is. Wereldwijd werden fumonisinen (FUM), B-trichothecenen en zearalenon (ZEN) het vaakst aangetroffen. Oost- en Zuid-Azië lieten met respectievelijk 97 en 92 procent de hoogste risiconiveaus zien.
Volgens de onderzoekers kan de combinatie van verschillende mycotoxinen schadelijker zijn dan de aanwezigheid van één toxine. Dit kan gevolgen hebben voor onder meer darmgezondheid, immuniteit, leverfunctie, vruchtbaarheid en technische prestaties van landbouwhuisdieren.
Stijging in Europa
Ten opzichte van dezelfde periode in 2025 nam in Europa de aanwezigheid van fumonisinen toe van 42 naar 56 procent van de monsters. Ook B-trichothecenen werden vaker gevonden (79 procent tegen 71 procent een jaar eerder). In andere regio’s stegen onder meer de gehalten aan zearalenon in Sub-Sahara Afrika en aflatoxinen in Midden- en Zuid-Amerika.
Volgens dsm-firmenich laat het onderzoek zien dat producenten niet alleen afzonderlijke mycotoxinen moeten monitoren, maar juist het volledige mycotoxinenprofiel van grondstoffen en eindvoer. Regelmatige analyses, een zorgvuldige grondstoffenselectie en goede opslag kunnen het risico op blootstelling volgens het bedrijf aanzienlijk beperken. Het onderzoek is te downloaden op de website van dsm-fermenich.


