Franse veevoerindustrie vraagt steun voor groei

De Franse veevoerindustrie zet in op groei om de voedselsoevereiniteit van het land te versterken. Volgens brancheorganisatie SNIA moet de productie van mengvoer tot 2030 jaarlijks met 1,2 procent stijgen. Daarmee zou de totale productie uitkomen op ruim 20,8 miljoen ton.

Om die groei mogelijk te maken, is volgens de sector in de komende vijf jaar meer dan 150 miljoen euro aan extra investeringen nodig. Dat bedrag komt bovenop de circa 180 miljoen euro die jaarlijks al wordt geïnvesteerd. Het geld is vooral nodig voor uitbreiding van opslag- en productiecapaciteit, automatisering en robotisering van de 287 Franse voerfabrieken.

Sleutelrol voedselsoeveraniteit

SNIA benadrukt dat de sector een sleutelrol speelt in de Franse voedselsoevereiniteit. Driekwart van de grondstoffen die in mengvoer worden verwerkt, is van Franse oorsprong. Daarmee vormt de sector een belangrijke schakel tussen akkerbouw en veehouderij en draagt hij bij aan het terugdringen van import.

Beperkte investeringsruimte

Tegelijkertijd wijst de brancheorganisatie op structureel lage marges, waardoor investeringsruimte beperkt blijft. Daarom doet SNIA vier oproepen aan de Franse overheid. De organisatie wil onder meer een eenvoudiger en meer productiegerichte regelgeving, extra steun voor de teelt van plantaardige eiwitten en een sterker Europees industriebeleid voor grondstoffen als vitamines en aminozuren.

Concurrentiekracht verbeteren

Daarnaast vraagt de sector om praktische maatregelen om de concurrentiekracht te verbeteren, zoals ruimere transportmogelijkheden voor veevoer en erkenning van sectorspecifieke methodes voor de berekening van CO2-waarden. Tot slot pleit SNIA voor een fiscale stimuleringsmaatregel in de vorm van ‘suramortissement’: een extra afschrijvingsmogelijkheid voor investeringen die bijdragen aan de voedselsoevereiniteit. Volgens de organisatie kan dat de modernisering van productie, automatisering en energietransitie versnellen.

Vooral minder varkensvoeders in Frankrijk
De Franse diervoederindustrie is 2026 zwak gestart. In januari lag de nationale productie van samengestelde voeders 4,9 procent lager dan in januari vorig jaar. Volgens de maandelijkse conjunctuurnota van La Coopération Agricole Nutrition Animale en SNIA is die daling zichtbaar in vrijwel alle belangrijke sectoren, al speelde ook mee dat januari dit jaar één werkdag minder telde.
Vooral de varkens- en pluimveesector lieten een duidelijke terugval zien. De productie van varkensvoer daalde met 5,6 procent. Binnen die categorie was de afname bij vleesvarkensvoeders het sterkst: min 6,2 procent. Ook bij zeugen- en biggenvoer was sprake van een krimp. De Franse voerindustrie koppelt dat aan een verder afnemende varkensstapel, vooral in de afmestfase.
Bij pluimvee daalde de voerproductie met 6,8 procent. Vooral kalkoenvoer (-7,4 procent) en vleeskuikenvoer (-6,4 procent) stonden onder druk. Ook voeders voor legkippen, eenden en andere pluimveecategorieën noteerden lagere volumes. Rundveevoer hield zich relatief beter, maar liet in januari alsnog een daling van 2,3 procent zien.
Kijkend naar de langere termijn is het beeld minder somber. Over de periode februari 2025 tot en met januari 2026 groeide de totale Franse productie ten opzichte van dezelfde periode een jaar nog met 0,5 procent tot bijna 18,9 miljoen ton. Die plus kwam vooral op conto van rundveevoer (+3,3 procent), met name melkveevoer (+4,0 procent), geholpen door een stijgende melkproductie. Ook schapen- en geitenvoer liet groei zien (+4,5 procent). Pluimvee bleef over twaalf maanden vrijwel stabiel (+0,1 procent), terwijl varkensvoer juist 2,3 procent lager uitkwam.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Mis geen enkel nieuws uit de diervoederindustrie