Jan Holterman: ‘Gasloos persen: iedereen keek, één deed het’

De sector sleutelde decennia aan persen, matrijzen en stoom en noemde dat vooruitgang. Maar wat als de echte stap juist zit in iets weglaten? Nico Treurniet deed precies dat. En stuitte op iets wat misschien nog hardnekkiger is dan techniek: twijfel. Dat schrijft Jan Holterman, voormalig voerfabrieksmanager en medewerker van De Molenaar, in deze column.

Sinds de jaren tachtig zijn grote capaciteiten en slijtvaste brokken een must om klanten tevreden te houden. De oplossing werd gezocht in dubbel persen en later in de Boa of expander, al ontbrak vaak de benodigde hoogte in de perserij. Je ging op je gevoel af, en achteraf zat iedereen in hetzelfde schuitje.

Het accent lag lang op de pers, met name op de dikte van de matrijs: zo dik mogelijk, maar met voldoende doorlaat. Omdat dat balanceren niet altijd goed uitpakte, werd er gespeeld met rollen, gatvormen en extra voorverdichting. Het draait er immers om het persmeel ineen te stampen en lucht te verwijderen. Met de komst van lichtere reststromen werd dat steeds lastiger.

Conditioneren groeide uit tot voorverdichten: het voer vóór de pers comprimeren. De Boa bleek daarin een grote stap vooruit. In combinatie met stoom en vloeistoffen kon de pers het proces beter afronden. Tot op heden is dit de standaard bij het persen van brok.

Jarenlange strijd

In de bebouwde kom van Berkel was Nico Treurniet met dezelfde zoektocht bezig. Afkomstig uit een molenaarsgeslacht kreeg hij het vak met de paplepel ingegoten, maar ook hij moest mee met de moderne eisen. De Boa kwam, maar het resultaat stelde hem niet tevreden. Wat volgde was een jarenlange strijd om de machine te verbeteren. De werking moest anders, beter, en de bestaande techniek kon dat niet aan.

Het lukte: brok zonder stoom

Met vallen en opstaan, en flinke investeringen, bracht hij de machine uiteindelijk waar hij die hebben wilde. Trial and error in optima forma. Hij schakelde expertise in maar moest het vooral hebben van zijn eigen fingerspitzengefühl en technische bagage. En toen lukte het: brok maken zonder stoom. De stoomketel kon uit, het gasverbruik naar nul. De warmte werd in de machine zelf opgewekt; een scheut water volstond voor een puike korrel.

Stap durven zetten

Treurniet wilde zijn vinding niet alleen delen met de sector, maar ook laten valideren. Veel collega’s kwamen kijken, maar durfden de stap niet te zetten. Eén uitzondering: Coöperatie Zuidoost Salland. In Haarle liet directeur Hans Verheul de installatie plaatsen, naast de traditionele Boa.

Met steun van de provincie Overijssel en onderzoek van Zetadec Wageningen kreeg het proces wetenschappelijke bevestiging. Toch bleef er aanvankelijk twijfel op de werkvloer: onbekend maakt onbemind, en werken met water vroeg om nieuw gevoel.

Draait als een zonnetje

Hoe anders was het enkele weken geleden: de BOANico draait als een zonnetje qua capaciteit, brokkwaliteit én is zuiniger! Ook in Haarle vindt men gas erg duur, dus Nico’s procedé wordt omarmd. Zodanig omarmd dat de originele Boa ook is omgebouwd. Samen met mensen van Nevedi heb ik kunnen zien en horen dat iedereen blij is. In Werkvloer, het tijdschrift van Nevedi, komt een reportage aangevuld met mooie foto’s van Nico, Hans en alle moois van de persvloer.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Mis geen enkel nieuws uit de diervoederindustrie