De oorlog in Iran zet de wereldwijde landbouw op scherp, nu de situatie een cruciale periode voor het 2026-teeltseizoen nadert. Na een gezamenlijke luchtaanval van de VS en Israël op Iran op 28 februari is het conflict uitgebreid naar buurlanden zoals Saudi-Arabië, Qatar, Koeweit, Irak en Turkije.
Dat schrijft AgTech Navigator in een uitgebreid artikel. Een belangrijk knelpunt is de Straat van Hormuz, die het transport van grote hoeveelheden meststoffen en energieproducten reguleert. Volgens berichten heeft Iran de doorgang voor buitenlandse schepen afgesloten en meerdere handelsvaartuigen gebombardeerd. Dit bedreigt bijna de helft van de wereldwijde ureumexport en 30 procent van de ammoniumexport, cruciaal voor gewassen in de VS en elders. Qatar en Saudi-Arabië zijn daarnaast belangrijke meststofleveranciers voor de VS, na Canada en Rusland.
Prijzen zijn gestegen
De prijzen van ureum zijn inmiddels gestegen naar 585 dollar per ton, een stijging van 52 procent ten opzichte van vorig jaar. Dit komt op een moment dat Amerikaanse boeren voorbereidingen treffen voor de lente-zaai van maïs, tarwe en katoen, waarbij ongeveer de helft van alle geïmporteerde stikstof wordt toegepast op maïs.
Organisaties zoals de American Farm Bureau Federation en de National Corn Growers Association waarschuwen dat de combinatie van hoge inputprijzen en onzekerheid in het Midden-Oosten kan leiden tot een van de duurste maïsoogsten ooit. Zippy Duvall van de American Farm Bureau Federation benadrukt dat tekorten aan kritieke meststoffen niet alleen de voedselzekerheid, maar ook de nationale economie en inflatie kunnen raken.
Aandelen nog stabiel
Hoewel de aandelen van grote meststofproducenten zoals Nutrien en Yara International voorlopig stabiel blijven, waarschuwen boerenorganisaties dat extra verstoringen in de toevoerketen de prijzen verder kunnen opdrijven, wat vooral nadelig is voor boeren die al kampen met jaren van negatieve opbrengsten.
De ontwikkelingen tonen hoe geopolitieke spanningen directe gevolgen hebben voor landbouwmarkten en de voedselvoorziening wereldwijd, en onderstrepen de kwetsbaarheid van importafhankelijke teelt.
Margedruk bij boeren
Ook Rabobank deelde deze week een analyse van de situatie. Omdat meststoffen 40 tot 50 procent van de variabele kosten in de graanteelt vormen, waarschuwt de bank voor snelle margedruk bij boeren wereldwijd. Vooral India en de zogeheten ASEAN-landen zijn kwetsbaar. China is het meest zelfvoorzienend in meststoffen, maar voelt vooral de impact van hogere zwavelprijzen, een cruciale grondstof voor fosfaten.
Logistieke problemen
Rabobank constateert dat de vleesketen vooral logistieke problemen ondervindt. Het Midden-Oosten is een belangrijke importeur van gevogelte, rundvlees en schapenvlees. Alternatieve vaarroutes verlengen de transporttijden en verhogen de kosten. Vooral Australische producenten voelen dat: zo’n 90 procent van de levende schapenexport wordt vervoerd via de Straat van Hormuz. Ook exporteurs van gevogelte in China en Thailand hebben te maken met moeilijke leveringen. Dat geeft binnenlandse overschotten en prijsdruk.
Ook de zuivelmarkt wordt geraakt. Europese en Nieuw-Zeelandse exporteurs hebben te maken met hogere vrachtkosten en voorzichtige kopers. Daardoor staan de prijzen op de veilingen onder druk. Verder maken hoge energiekosten, dure luchtvracht en lange transittijden maken export van verse producten kwetsbaarder.


