Bijdrage agrocomplex daalt

De bijdragen van het agrocomplex aan de nationale toegevoegde waarde, de werkgelegenheid en het energieverbruik daalden tussen 2004 en 2009. Het belang van het complex voor de Nederlandse exporten en handelssaldo werd daarentegen groter. Dat blijkt uit een studie van het Landbouweconomisch Instituut.

Toegevoegde waarde
Het Nederlandse agrocomplex is in sterke mate afhankelijk van de export. Rond 1995 dragen de exporten voor circa driekwart bij aan toegevoegde waarde en werkgelegenheid van het op binnenlandse grondstoffen gebaseerde agrocomplex. In de periode 2003-2007 is die bijdrage een paar procentpunten minder, maar in 2008 en 2009 keert het buitenland als belangrijkste afnemer van agroproducten terug op het aanvankelijke niveau. Het handelssaldo van het agrocomplex steeg van 10 miljard euro in 1995 naar 11,3 miljard euro in 2009. Het grondgebonden veehouderijcomplex draagt al jaren het meeste bij aan toegevoegde waarde en werkgelegenheid. Dat stelt het Landbouweconomisch Instituut (LEI) in het rapport ‘Het nationaal agrocomplex 2011’.
Uit het onderzoek blijkt dat de voorsprong van de veehouderijsector op vooral het glastuinbouwcomplex afneemt. Het glastuinbouwcomplex is echter wel verantwoordelijk voor meer dan de helft van het energieverbruik en voor bijna een derde van de broeikasgasemissies van het agrocomplex.

Afhankelijk
Door de krimp van het agrocomplex wordt de Nederlandse voedingsmiddelenindustrie steeds afhankelijker van geïmporteerde agrarische grondstoffen. In 2009 exporteerde de totale agribusiness (gebaseerd op binnen – en buitenlandse agrarische grondstoffen) 38,2 miljard euro aan producten, terwijl de sector voor 25,6 miljard euro importeerde. Import komt van twee kanten: niet alleen importeert de agribusiness grondstoffen om haar finale afzet (export en consumptie) te realiseren, maar ook hebben de toeleveranciers van de agribusiness nog goederen moeten importeren om hun afzet mogelijk te maken.
Het verschil tussen de export- en importwaarde, het handelssaldo, bedroeg voor het agrocomplex in 2009 ongeveer 15 procent van het nationale handelssaldo, terwijl dat in 1995 nog een kwart was. Tussen 1995 en 2009 groeide het nationale saldo met 4,1 procent per jaar. Hierbij bleven de saldi van het totale agrocomplex en het binnenlandse agrocomplex – geen groei – ver achter. Dit kwam vooral omdat de importwaarde van het agrocomplex sterker steeg dan zijn exportwaarde: respectievelijk 3,6 procent en 2,4 procent voor het totale agrocomplex en 2,5 procent en 1,5 procent voor het binnenlandse agrocomplex.

 

 

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Mis geen enkel nieuws uit de diervoederindustrie