VIV Europe brengt de veehouderijketen samen

Foto: Jaarbeurs

Gelijktijdig met de Victam was er natuurlijk VIV Europe, de vijfentwintigste editie van de vakbeurs in Utrecht. Dit jaar verwelkomde de Jaarbeurs bijna 15.000 bezoekers uit 135 landen. Meer dan 460 exposanten bestreken gezamenlijk de volledige waardeketen in dierlijke productie.

Naast de editie in Nederland wordt de beurs ook georganiseerd in andere delen van de wereld. Tegenwoordig worden er VIV-beurzen gehouden in Turkije, China, Rusland, Zuidoost-Azië, India, Latijns-Amerika, Sub-Sahara-Afrika en het Midden-Oosten.

VIV Europe is inmiddels verbreed naar alle toeleveranciers van de veehouderij: stalinrichting, diervoeding, diergezondheid, fokkerij, machines, laboratoria, sensoren, automatisering en AI, productielijnen, de agrarische vakpers en alles daaromheen zijn goed vertegenwoordigd op de beurs. “VIV Europe is de showroom van de wereld”, zegt projectmanager Natalie Taylor dan ook.

Dit artikel is tijdelijk gratis te lezen. Altijd toegang tot alle premium-artikelen of het magazine 14 keer per jaar ontvangen? Bekijk de abonnementen van De Molenaar.

Ketenpartners samenbrengen

Ook deze editie van de VIV toont aan dat de sector volop in beweging is en steeds met innovaties komt. Door elkaar fysiek te ontmoeten in Utrecht worden partnerschappen en samenwerkingsverbanden gesmeed en versterkt. Ketenpartners samenbrengen onder één dak maakt versnelde vooruitgang mogelijk in alle aspecten van de veehouderij: efficiënte productie, diergezondheid en -welzijn en circulariteit en duurzaamheid van de sector als geheel.

Net als eerdere jaren waren de kleinere stands aan de buitenring van de hallen vooral bemenst door Chinese bedrijfjes. In de middengedeeltes staan de stands van grote bedrijven die actief zijn in binnen- en buitenland.

De tweede beursdag was duidelijk drukker dan de eerste dag, vertellen verschillende standhouders. Na de vorige editie, in coronatijd, verwelkomen de organisatoren dit jaar weer meer bedrijven en bezoekers, vooral uit het buitenland.

Hal voor diervoeding

Eén van de zes hallen was volledig gewijd aan diervoeding. Daar staat Siep Raap in de stand van Novonesis. “Ik heb al veel oude bekenden ontmoet en nieuwe contacten gelegd”, vertelt hij. De VIV is een vaste waarde voor Novonesis, belangrijk voor de contacten met bestaande en nieuwe klanten. Raap houdt zich in Europa vooral bezig met de enzymenlijn van Novonesis. “We ontwikkelen regelmatig nieuwe producten die hun weg vinden in de diervoederindustrie.”

In de stand van Ropapharm staat Willem Smink van Feed Innovation Services (FIS). Hij geeft bezoekers uitleg over de oreganoproducten en hun toepassing in de diervoeding. Tegenwoordig worden kruidenextracten veel ingezet ter ondersteuning van de diergezondheid.

“We zijn nu vooral bezig met de herkomst van de oregano, die we liefst van dichtbij halen. Het is een natuurlijk product, waarvan de samenstelling onder meer afhangt van de weersomstandigheden tijdens de teelt. Het is een uitdaging om vanuit zo’n variabele grondstof een uniform, consistent product te maken, met een vaste samenstelling.” Ropapharm onderzoekt ook mogelijkheden om het restproduct, na extractie van de werkzame stoffen, tot waarde te brengen om verspilling tegen te gaan.

Artikel over VIV Europe gaat verder onder de afbeelding

VIV Europe
Het derde International Feed Technology Congres (IFTC) was één van de vele congressen en conferenties tijdens VIV en Victam. Foto: Victam

Symposia bieden verdieping

Naast de beursvloer van de VIV Europe boden de vele symposia en conferenties volop verdieping. Tijdens het Circular Feed Symposium van Nevedi, BFA en Fefac stond de vraag centraal hoe de diervoedersector kringlopen verder kan sluiten en grondstoffen efficiënter kan benutten. De boodschap was duidelijk: de mogelijkheden zijn groot, maar wet- en regelgeving en de beschikbaarheid van geschikte reststromen vormen nog belangrijke belemmeringen.

Volgens Sam de Campeneere van Ilvo is circulariteit altijd een onderdeel geweest van de veehouderij, maar blijkt de praktische inzet van rest- en nevenstromen vaak complex. Bovendien komen steeds minder reststromen beschikbaar voor diervoeder, doordat de voedingsmiddelenindustrie efficiënter produceert en een deel van de stromen wordt ingezet voor energieopwekking. Ook de veranderde status van sojaschroot als grondstof maakt het realiseren van circulaire doelstellingen lastiger.

Sectoren zoeken meer samenwerking

Duurzaamheid vraagt om meer samenwerking tussen de voedsel- en diervoederketen. Die boodschap stond centraal tijdens een bijeenkomst van GMP+ International. Vertegenwoordigers van bedrijfsleven, retail en financiële instellingen pleitten voor meer afstemming bij het meten en rapporteren van duurzaamheid.

Volgens de deelnemers werken bedrijven nu nog met uiteenlopende systemen en initiatieven, waardoor resultaten lastig zijn te vergelijken en de administratieve lasten oplopen. Een gezamenlijke methode voor levenscyclusanalyses (LCA’s) en meer transparantie in het delen van duurzaamheidsdata moeten dat verbeteren.

Ook de rol van afnemers en financiers groeit. Zo presenteerde Albert Heijn resultaten van een project rond duurzamere soja in de pluimveeketen, terwijl Rabobank aangaf duurzaamheid steeds nadrukkelijker mee te wegen bij de financiering van agrarische bedrijven.

Kritiek op EU-regelgeving

Verschillende sprekers wezen erop dat Europese regelgeving de benutting van waardevolle grondstoffen nog beperkt. Alexander Romme (EFFPA) benadrukte dat voormalige voedingsmiddelen, zoals brood, koek en chips, hoogwaardige diervoederingrediënten zijn die voedselverspilling helpen voorkomen en bovendien een lagere koolstofvoetafdruk hebben dan veel primaire grondstoffen.

Carine van Vuure (EFPRA) pleitte voor verdere verruiming van de mogelijkheden om verwerkte dierlijke eiwitten (PAP’s) in diervoeders toe te passen. Volgens haar bevatten deze grondstoffen hoogwaardige eiwitten van Europese oorsprong, terwijl bestaande beperkingen grotendeels historisch zijn gegroeid.

Eiwit uit fermentatie

Ook nieuwe eiwitbronnen kregen veel aandacht. Single cell proteins, geproduceerd door micro-organismen via fermentatie, worden gezien als een veelbelovende aanvulling op bestaande eiwitbronnen. De productie vraagt weinig landbouwgrond en water, kent een relatief lage uitstoot van broeikasgassen en kan gebruikmaken van uiteenlopende reststromen als substraat.

Onderzoekers werken bovendien aan toepassingen waarbij industriële CO₂-emissies als grondstof dienen voor de eiwitproductie. Voor aquavoeders zijn deze eiwitten inmiddels veelbelovend, terwijl onderzoek naar toepassingen in onder meer petfood en diervoeders voor landbouwhuisdieren doorgaat.

‘Technologen en nutritionisten moeten beter samenwerken’

Tijdens het derde International Feed Technology Congress (IFTC), met als thema Science meets Industry, stond de verbinding tussen wetenschap en praktijk centraal. Veel aandacht ging uit naar AI in de mengvoerindustrie, innovatieve verwerkingstechnieken en de verdere optimalisatie van voerformuleringen.

Sprekers benadrukten dat technologen, nutritionisten en operators intensiever moeten samenwerken om nieuwe kennis sneller naar de praktijk te vertalen. Ook scholing van medewerkers op de werkvloer werd daarbij als belangrijke succesfactor genoemd.

De organisatoren, Victam International en Wageningen University & Research, kijken terug op een geslaagd congres en richten de blik alvast op de volgende editie in 2028.

Opwaarderen afvalstromen

Daarnaast kwam het beter benutten van afvalstromen aan bod. Onderzoekers van Wageningen University & Research presenteerden resultaten van onderzoek naar de veilige verwerking van keukenafval (swill) als diervoedergrondstof. Bij een goede warmtebehandeling blijken de risico’s op verspreiding van dierziekten beperkt, al blijven strikte controles noodzakelijk. Ook de terugwinning van fosfaat uit rioolslib werd besproken als mogelijke manier om de Europese afhankelijkheid van geïmporteerde fosfaat te verkleinen. Hiervoor is echter nog aanvullende Europese goedkeuring nodig.

De verschillende bijeenkomsten maakten duidelijk dat de diervoedersector volop werkt aan innovatieve oplossingen voor een circulaire voedselproductie. Tegelijkertijd werd benadrukt dat verdere vooruitgang niet alleen afhangt van technologische ontwikkelingen, maar ook van samenwerking binnen de keten en van regelgeving die innovatie voldoende ruimte biedt.

Lees ook:

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Mis geen enkel nieuws uit de diervoederindustrie