Kansen voor minder soja in vleeskuikenvoer

Nieuwe Australische onderzoeksresultaten laten zien dat vleeskuikenrantsoenen met een lager ruw eiwitgehalte de afhankelijkheid van geïmporteerd sojaschroot kunnen verminderen zonder de technische resultaten sterk aan te tasten. Daarnaast wijzen de studies op kansen voor een efficiëntere benutting van energie en nutriënten.

Een reeks onderzoeksprojecten van AgriFutures Australia laat zien dat optimalisatie van de voeding van vleeskuikens kan bijdragen aan lagere voerkosten en een kleinere milieubelasting. Volgens vakwebsite The Poultry Site, die de onderzoeksresultaten samenvat, richtten de studies zich op een betere voederconversie, een efficiënter gebruik van energie en eiwit en een lagere stikstofuitscheiding.

Een belangrijke aanleiding is de grote afhankelijkheid van Australië van geïmporteerd sojaschroot. In 2020 importeerde het land 1,18 miljoen ton sojaschroot, waarvan naar schatting meer dan 700.000 ton door de vleeskuikensector werd gebruikt. Daardoor is de sector gevoelig voor prijsschommelingen op de wereldmarkt.

Lager eiwitgehalte

Onderzoekers van de University of Sydney onderzochten hoe het ruw eiwitgehalte in vleeskuikenvoeders kan worden verlaagd zonder de groei nadelig te beïnvloeden. Vleeskuikens hebben, afhankelijk van leeftijd en productiefase, een aanbevolen ruw eiwitgehalte van 180 tot 230 g/kg voer. Volgens onderzoeker Sonia Liu kan een gematigde verlaging van dat niveau, gecombineerd met het gebruik van lokaal geteeld koolzaadschroot, de inzet van geïmporteerd sojaschroot in opfok- en afmestvoeders sterk verminderen.

Daarnaast kan een lager eiwitgehalte bijdragen aan minder stikstofverliezen, lagere ammoniakemissies, een betere strooiselkwaliteit en een verbeterd dierenwelzijn. Tegelijkertijd benadrukken de onderzoekers dat een verdere verlaging van het eiwitgehalte nog uitdagingen kent, omdat dit ten koste kan gaan van de groei en de darmgezondheid.

Nauwkeuriger energiewaardering

Naast eiwit stond ook de energiewaardering van voedermiddelen centraal. Onderzoekers van de University of New England analyseerden bestaande methoden voor het bepalen van de metabole energiewaarde van voedermiddelen en concluderen dat nauwkeurigere meetmethoden kunnen leiden tot verfijndere voerformuleringen en een efficiënter gebruik van nutriënten.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Mis geen enkel nieuws uit de diervoederindustrie