Technisch is het gebruik van insecten als duurzame eiwitrijke grondstof in varkens- en pluimveevoeders haalbaar. De belangrijkste belemmeringen liggen op het terrein van wet- en regelgeving en in de snelheid waarmee schaalvergroting van de insectenproductie en kostprijsverlaging kunnen worden gerealiseerd. Dat blijkt uit een haalbaarheidsstudie van Wageningen UR, gefinancierd door het ministerie van EL&I.
Eiwitgehalte insectensoorten
De meest geschikte insectensoorten voor grootschalige productie zijn: zwarte soldatenvlieg, de huisvlieg en de gele meelworm. Het ruweiwitgehalte van insecten varieerde aanzienlijk tussen insectensoorten en levensfasen, maar ook daarbinnen. Het hoogste ruweiwitgehalte is gevonden voor de poppen van de huisvlieg (65,7 procent van de droge stof) en het laagste ruweiwitgehalte voor larven van de zwarte soldatenvlieg (38,9 procent van de droge stof).
Opschaling
Als 5 procent van het mengvoer voor vleeskuikens in Nederland zou worden vervangen door insecten, dan is een hoeveelheid van circa 75 kiloton insecten nodig. Een haalbare productie-unit van insecten kan ongeveer 1 ton per dag aan insecten produceren (dus 365 ton per jaar). Voor dit productievolume zijn ongeveer 200 insectenbedrijven nodig. Voor grootschalige toepassing is dan ook verdere opschaling nodig.
Wetgeving
Op wetgevingsgebied zijn nog enkele belemmeringen om insecten daadwerkelijk te kunnen gebruiken als grondstof in diervoeding. Insecten worden beschouwd als dierlijk eiwit en dat mag vanwege de BSE-wetgeving niet worden gebruikt in voeding voor varkens en pluimvee. De GMP+-certificatie dient te worden aangepast voor insecten. In de Wet dieren– die per 2013 van kracht wordt – zou rekening moeten worden gehouden met de kweek van insecten. Zo zijn dierenwelzijn en dodingsmethoden bijvoorbeeld nog onvoldoende beschreven en onderzocht. Voor de Wet milieubeheer zijn mogelijk slechts beperkt belemmeringen aanwezig, omdat de broeikasgasproductie van insecten bijvoorbeeld lager is dan die van landbouwhuisdieren.


