De Europese Commissie laat aan FEFAC weten dat de interservice consultation over de ontwerpaanbeveling met richtwaarden voor mycotoxinen in diervoeders is afgerond. DG SANTE analyseert nu de opmerkingen en past het voorstel waar nodig aan in overleg met de lidstaten.
Daardoor wordt de publicatie niet verwacht vóór april 2026, schrijft BFA in een recente nieuwsbrief. Oorspronkelijk was voorzien dat de aanbeveling vanaf 1 juli 2026 zou gelden, maar die datum kan verschuiven naar 1 juli 2027 om voldoende tijd te laten tussen publicatie en toepassing.
Wijzigingen later dit jaar
Voor de herziening van Richtlijn 2002/32 over ongewenste stoffen besliste de Commissie om eerst een eerste reeks wijzigingen door te voeren voor p-phenetidine, THC, datura en ergotalkaloïden. Een tweede reeks, waaronder wijzigingen voor ambrosia, volgt later dit jaar. Voor deze eerste golf is de interservice consultation eveneens afgerond. De publicatie van de nieuwe limieten wordt verwacht in het tweede kwartaal van 2026, met toepassing zes maanden later. Voor ergotalkaloïden en datura gelden langere overgangsperiodes: respectievelijk vanaf 1 juli 2028 en 1 oktober 2028.
Vaststelling maximumgehalten
Daarnaast bereidt de Commissie ook de officiële vaststelling voor van maximumgehalten voor MOAH (minerale olie aromatische koolwaterstoffen) in voedingsmiddelen. Ook worden limieten voorzien voor granen en peulvruchten (0,5 ppm), oliehoudende zaden en oliën (standaard 2 ppm, met hogere waarden voor bepaalde olievruchten), melk (0,5 ppm), melkvet (2 ppm) en vis- en algenolie (10 ppm tot 2030, daarna 5 ppm). De beoogde datum van toepassing is 1 januari 2027. Voor diervoeders liggen voorlopig nog geen maximumgehalten op tafel.
Binnen FEFAC werd recent het voorstel van Copa-Cogeca besproken om de maximale zinkgehalten in biggenvoeders te verhogen. Het doel is speendiarree bij biggen te beperken en zo het gebruik van antibiotica verder terug te dringen.
Volgens informatie van DG SANTE staat de Europese Commissie kritisch tegenover dit voorstel. De door Copa-Cogeca voorgestelde niveaus, tot 1400 ppm in de eerste weken na spenen, liggen volgens de Commissie boven de nutritionele behoefte van biggen. Daarnaast wijst de Commissie op verschillende mogelijke risico’s. Een verhoogde zinkinname kan de opname van andere sporenelementen negatief beïnvloeden en mogelijk de darmmicrobiota van dieren verstoren. Bovendien kan een hogere zinkconcentratie in mest leiden tot milieurisico’s. Ook het verband tussen hoge zinkconcentraties in het milieu en antimicrobiële resistentie wordt aangehaald.


